Graffiti, street art, urban hacking : een Brusselse wandeling langs illegale kunst
Mij werd gevraagd of ik wist wat graffiti was. Was ik een Amerikaanse geweest, dan had ik die vraag wellicht voor de vuist weg kunnen beantwoorden maar het fenomeen was toen nog niet naar Europa overgewaaid. Kortom, ik wist het antwoord niet, laat staan dat ik wist dat Oude Romeinen in hun tijd reeds het lef hadden, hun gebouwen met tekst te bekladden. Daar zijn vandaag de dag in bijvoorbeeld Pompeii nog voorbeelden van te vinden.
Toen gedurende de jaren zeventig in The Bronx, het in hoofdzaak Afro-Amerikaanse milieu van New York, de hiphop uit ongenoegen over de socio-economische wantoestanden en de samenleving in het algemeen ontstond, werd de onvrede niet alleen via muziek (wrappers) en dans (breakdancers) geuit.
Al gauw bleek de hiphop een ideale voedingsbodem te zijn voor zij die hun ongenoegen met spuitbussen op muren wilden spuien. Niet dat ze er het buskruit mee hebben uitgevonden want zoals gezegd, de Romeinen en later ook nog de Vikingen zijn hen in de graffiti-rage voorgegaan.
Zo’n opstandige graffiti-artiest ging algauw deel uitmaken van een groep gelijkgestemden (the crew). Hij zocht naar mogelijkheden om snel, snel ergens zijn handtekening (the tag) te zetten zodat hij wél herkenbaar werd voor the crew maar niet voor buitenstaanders.
Meestal worden die tags met een spuitbus aangebracht al zijn er ook die rustig thuis een sticker ontwerpen om ze dan verspreid over de wereld uit protest her en der tegenaan te kleven.

Het recht op vrije meningsuiting is één ding, muren bekladden – hoe kunstig ook – is nog wat anders. Dus is de tijd tussen het aanbrengen van het werk van de kritische spuiter en het verwijderen ervan een soort van waarderingsmeter binnen zo’n crew.
Graffiti wordt doorgaans als onveilig en onguur vandalenwerk ervaren en wordt ook geassocieerd met verloedering. Vandaar dat het verwijderen ervan (meestal) nauwgezet wordt opgevolgd. Juist daarom zijn nogal wat graffiti-artiesten geëvolueerd naar wat street art en urban hacking wordt genoemd. Mooi ogende tags en heuse muurschilderingen hebben immers meer kans om oogluikend te worden toegestaan. Wat de uitstraling van de artiest natuurlijk ten goede komt.

Intussen zijn in tal van steden street art-wandelingen op kaart
uitgestippeld. Plaatselijke overheden hebben immers begrepen dat er
nogal wat talent zit tussen die straatkunstenaars en het besef dat
toeristen graag kijken naar dergelijke kunst, is gegroeid.
Zodoende wordt stilaan de grens tussen wat illegaal is en wat wordt
getolereerd, verlegd al blijft het een wankel en niet altijd even
duidelijk evenwicht. Zo is een spuitbus hét symbool van het snelle,
clandestiene vandalenwerk en juist dit symbool gebruikt de Brusselse
toeristische dienst op hun wandelplannetjes om aan te geven waar zich
een werk bevindt. Toch eerder dubbel, vind je niet ?

Een tijdje geleden maakte ik onder begeleiding van een gids van
Brukselbinnenstebuiten zo’n street art-wandeling in Molenbeek. Het werd
een zeer leerzame tocht. Een aangename kennismaking ook met het werk van
kunstenaars zoals Antoine Caramalli, Bonom, Banksy, …
Zeggen deze namen jou niet zo meteen iets ? Dan fris ik jouw geheugen
– wat Banksy betreft – even op. Herinner je de consternatie die er
ontstond toen onmiddellijk na het afkloppen van het torenhoge bod bij
Sotheby’s een werk van Banksy vernietigd werd door een ingenieus
versnippersysteem dat de kunstenaar bij wijze van protest zélf in zijn
werk had ingebouwd. Zijn protest was gericht tegen de al te absurde
prijzen die in de snobistische kunstkringen worden gehanteerd.
Banksy verloochent zijn roots dus duidelijk niet en dat doen de
andere in oorsprong graffiti-spuiters ook niet. Vandaar dat deze
“anarchisten” het niet kunnen waarderen dat – nu overheid of
pandeigenaars zélf al eens de opdracht geven voor het creëren van street
art – andere kunstenaars zich ook aandienen. Hun op die manier legaal
aangebrachte werk wordt – hoe kan het ook anders – uit protest dan weer
getagt !
Wat dat opdracht geven betreft, een duidelijk voorbeeld hiervan kan
je in Molenbeek zien ter hoogte van het Kanaal van Brussel. Toen na de
terreuraanslagen in de luchthaven van Zaventem en het metrostation van
Maalbeek de internationale pers het vergrootglas op het “uitschot” van
Molenbeek richtte, schoot dat in het verkeerde keelgat van Antoine
Caramalli die prompt posters maakte met daarop de afbeelding van
verbouwereerde inwoners.
Verbouwereerd omwille van zoveel onzin. Posters zijn uiteraard al te
gevoelig voor wisselende weersomstandigheden dus gecharmeerd door zijn
kunstzinnige initiatief vroeg het lokale bestuur aan Caramalli om zijn
werk opnieuw te maken, groter én op duurzaam materiaal. Deze werken
werden intussen aangebracht op één zijde van de kanaalmuur.

Bonom van zijn kant, wordt in Brussel stiekem bewonderd. Hij is de
man die er op mysterieuze wijze in slaagt in één nacht tijd
indrukwekkende muurschilderingen op schier onmogelijke plaatsen aan te
brengen en dit met aandacht voor het juiste perspectief in de wetenschap
dat het werk enkel van beneden af kan worden bekeken.
Zijn werken kunnen nauwelijks worden verwijderd omdat ze zich
bevinden op plaatsen waar het onverantwoord is er een kuisploeg op los
te laten. Dit maakt het respect voor de evenwichtskunstenaar zo mogelijk
nog groter ook al schuwt hij de controverse in zijn thema’s duidelijk
niet. Want wat te denken van zijn reproductie van het offer van Isaac
naar een schilderij van Caravaggio ?
Uitgerekend op een muur in Molenbeek en op een ogenblik dat onthoofdingen binnen IS schering en inslag waren ?

Binnen de street art houd ik zelf het meeste van het zogenaamde urban
hacking : situaties in de stad zoals bijvoorbeeld een trapje tegen een
muur, een riooldeksel op het voetpad of onkruid tegen een gevel, gaan
deel uitmaken van het kunstwerk. Schitterend vind ik dat !
Street art vormt een steeds wisselend gegeven. Alle plannetjes ten
spijt, ontdekt de gids tijdens onze wandeling toch weer nieuwe creaties
terwijl andere sinds haar laatste gidsbeurt dan weer verdwenen zijn.
Want … hoewel we met zijn allen stukken toleranter zijn geworden
tegenover openbare protestkunst, aanstootgevende kunst moet sowieso
worden verwijderd.
Sinds ik deze wandeling heb meegemaakt, heb ik een nieuwe kijk gekregen op wat kunst ook kan zijn.
Reacties