Helemaal zeker ben ik niet of we met onze keuze om in groep en
per autobus Toscane te ontdekken, er wel goed aan hebben gedaan. Vooral wanneer ik merk dat de chauffeur een playlist heeft
samengesteld met deuntjes waaruit blijkt dat hij met de vlam in de pijp
door de Brennerpas wilt scheuren en hij, rasechte Antwerpenaar zijnde,
nu al lijkt te verlangen naar het zien van de lichtjes van de Schelde,
begin ik toch behoorlijk te twijfelen. Nochtans is hij nog piepjong.
Wellicht dat hij daardoor niet goed weet in te schatten wat zo ongeveer
de gemiddelde leeftijd is van het reisgezelschap dat met zijn autocar
naar Toscane meewilt en daarom dan maar gekozen heeft voor de meest
oubollige liedjes die hij allicht bij zijn overgrootouders heeft
gehoord.
Toegegeven, ons reisgezelschap lijkt enerzijds misschien wel voor een stuk te
bestaan uit de oudste leden van Okra Vlaanderen en een stel zorgkundigen en verpleegsters van een of ander woonzorgcentrum anderzijds, maar dat hoeven we niet
over de radio vertaald te zien!
Onze reis met de camper van enkele jaren geleden doorheen het prachtige doch chaotische Italië indachtig, laat ik echter de zon in mijn hart, want ze
schijnt toch voor iedereen hé?!
Wat ons toen niet lukte, willen we nu alsnog goed maken met een blitz bezoek aan Toscane.
Tijdens de lange reis erheen lees ik over de vele kunst en de rijke
geschiedenis die Toscane maakt tot dé UNESCO Werelderfgoed plek bij
uitstek.
Jawel, ik weet het nu al … het wordt onbegonnen werk om alles te
zien te krijgen wat we willen zien. We zullen keuzes moeten maken en
kiezen is altijd een beetje verliezen.
Gerard Cox mag dan wel afgelopen zaterdag overleden zijn, de zomer die begon zowat in mei, is voor ons toch nog niet voorbij.
De weersvoorspellingen zien er in ieder geval heerlijk uit! Dus
jawel, we hebben er zin in. Vooral ook omdat de groep zich lijkt te
ontpoppen tot een attente en prettige bende.
Na meer dan de nodige sanitaire stops en met respect voor de rust-
en rijtijden van de chauffeur, bereiken we tegen de avond het Zwitsers
hotel waar we de nacht zullen doorbrengen. Dat hotel ligt in het
Engelbergertal en is vooral bij wandelaars en skifanaten goed gekend.
Het valt ons op hoe keurig die Zwitsers zijn. Hoewel we in een
omgeving vol bedrijvigheid logeren, valt nergens sluikafval of andere
rommel te bespeuren. De vloer van de stelplaats van de maatschappij van
het openbaar vervoer glimt zelfs als een spiegel. Maar waarom staat er
op al die autobussen een posthoorn? Mijn lieverd haalt zijn beste
“Zwitsers” boven en stelt de vraag aan een werknemer ter plekke. Blijkt
dat het openbaar vervoer en de posterij hier samen één bedrijf vormen.
Kostendelend efficiënt lijkt me al zie ik zo’n liaison tussen Bpost en
De Lijn bij ons nog niet zo direct gebeuren.
‘s Anderendaags rijden we Altdorp voorbij. Hier is de legende van Willem Tell ontstaan. Een legende die samen met een rits andere verhalen aan de basis zou liggen van het ontstaan van Zwitserland.
Dat onze reis van destijds een avontuur met horten en stoten werd,
heeft ook wel te maken met het feit dat wij graag de Alpen via een
bergpas tussen Zwitserland en Italië over wilden rijden in plaats van de
zeventien kilometerslange Gotthardtunnel in te duiken. Maar nu nemen we
we dan toch de tunnel.
Dat gaat inderdaad stukken sneller dan langs
zo’n pas dus wat moet dat destijds wel niet geweest zijn voor Hannibal
en zijn olifanten. Tjonge, tjonge, …. die moeten veel geduld hebben
gehad!
Toch blijf ik onze manier van zwerven wel fijner vinden omdat er zoveel mooiers te zien is langs trage wegen.
Al een geluk dat de Alpen hier en daar nog wat uitlopers hebben
anders zou de autostrade waar we langs denderen behoorlijk saai kunnen
worden. Tja, ieder voordeel heeft zijn nadeel en vice versa.
 |
| Saai ! |
 |
| Aha, dat is beter! |
Gelukkig is het kleine café aan de haven van Vader Abraham intussen ingeruild voor Don McClean, Abba, Fleetwood
Mac, … waardoor ik me wat meer in mijn nopjes begin te voelen en dit
ondanks het feit dat de rivier Taro er meer dan uitgedroogd bij ligt.
Hij lijkt eerder op een veel te breed uitgevallen keienpad.
We zullen in de loop van onze reis trouwens nog wel meer
opgedroogde rivieren te zien krijgen. En wanneer we het wijndomein Fattoria sardi zullen bezoeken zullen we voor de eigenlijke proeverij van start gaat,
een hele uitleg krijgen over hoe droog het dit jaar wel geweest is en
hoe de druivenpluk een maand vroeger dan normaal van start is gegaan en
intussen ook een maand eerder dan normaal is afgerond.
Maar laat ik vooral een chronologisch verslag schrijven en dit
eerste deel eindigen met ons allereerste bezoek op Toscaanse bodem.
Hoewel het lied niet op de playlist van onze chauffeur staat, zit het wel al anderhalve dag in mijn hoofd.
My name is Luc(c)a!
Op onze weg erheen rijden we de Apuaanse Alpen met zijn meer dan
300 marmergroeven voorbij.
De groeven in Carrara en omgeving dateren al
van uit de Romeinse tijd en zijn vooral bekend omwille van het vrijwel
vlekkeloze marmer waaruit Michelangelo bijvoorbeeld zijn David en zijn
Pièta knutselde. Jawel … dit zijn wel degelijk de oudste
industrieterreinen ter wereld die nog steeds in productie zijn.
Veel tijd om Lucca te verkennen krijgen we niet. Laat staan dat we
een wandeling zouden kunnen maken over de meer dan vier km lange en nog
volledig intact zijnde vestigingsmuur uit de zestiende eeuw. Deze
verdedigingsmuur is nooit als dusdanig gebruikt geweest om de eenvoudige
reden dat de stad nooit door de snoodaards uit Firenze bestormd is geworden.De stad heeft zijn autonomie eeuwenlang kunnen behouden wat van de andere steden in Toscane niet kan gezegd worden.
Toch dankt Lucca veel aan het bestaan van de muur vermits de vesting in 1812,
toen de rivier Serchio buiten zijn oevers trad, zichzelf de allures van
een dam aanmat en zo de stad van een vreselijke overstroming wist te
vrijwaren. Vandaag de dag flaneren de inwoners graag over de vesting die
dank zij Marie Louise de Bourbon tot een promenade met kastanjebomen en Oleanders
werd ingericht om er te genieten van een oase van rust waar de inwoners
gretig gebruik van maken.
Rustig is het in het vrijwel verkeersvrije Lucca eigenlijk niet. Is het
omdat de stad de geboorteplek van Puccini is dat het er zo druk is?
We gaan de brave man effekes gedag zeggen maar veel van zeg is hij niet.
Tijd om zijn geboortehuis te bezoeken is er sowieso niet.
Het stadje heeft wel charme. Vele kleine steegjes en doorkijkjes,
leuke huizen en bijzondere winkels in eeuwenoude panden.
Een shopper ben
ik niet maar een winkelpand met historische architectuur kan me wel
bekoren dus jawel … ondanks het feit dat ik me moet reppen om bij de
groep te blijven, duik ik toch zo links en rechts een pand binnen voor
een kiekje.
De geschiedenis van de stad schiet er grotendeels aan in. Over het
voormalige Romeinse amfitheater bijvoorbeeld wordt nauwelijks met een woord
gerept. De oortjes via dewelke onze gids wat minimale info verschaft, kraken en piepen van jewelste.
Wat ik er vooral leer is dat de Aperol Spritz er op de de vele
terrassen slechts 3 euro kost wellicht om concurrentiële redenen. Maar we
hebben de tijd niet om het glas te heffen.
Na op een rappeke nog een handvol kerken te hebben bekeken, geven wij er ter hoogte van Piazza Napoleone (Piazza Grande) uiteindelijk de brui aan.
Foert!
We volgen vandaag de gids niet langer. Het enige wat we van haar nog
willen weten is om hoe laat we aan de bus worden verwacht.
Het wordt ons nu reeds duidelijk dat onze gids veel steken zal laten
vallen tijdens deze reis. Het weinige dat ze ons weet te vertellen is
dan nog datgene wat ze uit identiek dezelfde reisgids heeft gehaald als
die die ik uit de bibliotheek ben gaan lenen.
En laat ik nu net iemand zijn die graag de fait-divers leer kennen die alleen een goede gids weet te vertellen!
De reis zal op dat vlak voor mij zeer ontgoochelend worden en dus komt de twijfel over onze keuze alweer opzetten.
Maar dat we er voor kozen om met een busmaatschappij op reis te gaan,
heeft echt alles te maken met het roekeloze rijgedrag van de Italianen.
Dus wanneer ik plots onze overigens zeer rustig en degelijk rijdende chauffeur hoor foeteren en toeteren en hem hoor opmerken dat de Italianen de meest a-sociale chauffeurs zijn
van heel Europa, voel ik mij een beetje getroost.
Misschien komt het toch nog goed !
Maar nu haasten we ons de stad uit net zoals Johan en Phara voor ons.
Reacties