En route!



Zo links en rechts in Europa gaan alweer gebieden in lockdown. Zelf volg ik met argusogen de cijfers. We willen er nog een keertje uitvliegen vooraleer dat eventueel opnieuw niet meer mogelijk  is. Waar kunnen we heen ?  Voor ons is het duidelijk ... we willen reizen maar we willen dit vooral ook veilig doen. Dus geen drukte en al zeker geen massatoerisme al zal dit anno 2020 wellicht nergens aan de orde zijn. Onze landsgrenzen willen we wel even voorbij en vermits La Douce France ons telkens weer een lekker-weg-gevoel geeft, kiezen we deze keer voor Picardië. Dicht bij huis dus.

Slechts 265 km van huis ligt het vertrekpunt van de route die wij doorheen Picardië willen maken.  Toch zullen we met ons typische slakkengangetje, onze lunch- en onze koffiepauze en ook nog eens ons middagdutje op onze eerste dag niet verder geraken dan een dikke 200 km. Maar dat geeft niet ... we nemen er graag de tijd voor. Vooral ook omdat we onderweg nogal wat bezienswaardigheden tegenkomen die we de moeite van het ontdekken waard vinden, vermits we door de streek van de Somme rijden.  Wie aan de Somme denkt, denkt aan de zware offers die er met name tijdens WOI werden gebracht.

Dus stoppen we voor de lunch in Oppy. Het plaatselijke marktplein wordt ingepalmd door nu nog gesloten kermisattracties die er in Covid-tijden toch anders dan anders uitzien. Tussen de attracties door zien we de plaatselijke soldatenheld, een verplicht monument waar de Franse overheid  vrijwel onmiddellijk na De Groote Oorlog iedere stad, gemeente of dorp toe aanspoorde middels een catalogus waaruit een ontwerp kon worden gekozen. Er staat echter ook een groter monument : het Oppy Wood Memorial dat de slag om Arras herdenkt.



Op de hoek van het landweggetje in Biefvillers les Bapaume  waar we -op zoek naar een plekje voor een middagdutje - inslaan, staat ook een herinneringszuil maar dan wel een herinnering aan wapengekletter nog dieper in de tijd. 


Het monument is dermate oud dat het opschrift nog nauwelijks te lezen valt. Alleen naast de jaartallen valt niet te kijken : 1870-1871. Ik zal thuis in mijn geschiedenisboeken eens moeten grasduinen naar wat zich hier en toen heeft afgespeeld. 
Wat verderop komen we tussen een mooie plek vol kamillebloemetjes terecht. Koolwitjes vlinderen er volop en net zoals kamillethee rustgevend is, is de geur van zijn bloemen dat ook. Binnen de kortste keren lig ik heerlijk te pitten.


Na het uiltje en de koffie gaat het nu richting Crèvecoeur Le Grand. We rijden zodoende het mooie marktplein van Bapaume voorbij waar ik op de infoborden aan het hôtel de ville wat meer te weten kom over wat zich hier in de jaren 1870-1871 zoal heeft afgespeeld. En ach ja natuurlijk ... hoe kon ik die geschiedenis nu vergeten zijn! Dat waren immers de jaren van de Frans-Duitse oorlog en die oorlog is voldoende belangrijk om hem de rest van de reis in ons achterhoofd te houden. In een volgend verslag meer daarover.



Mijn aandacht wordt nu vooral getrokken door het standbeeld van Louis Faidherbe, niet zozeer om Louis zelf dan wel om wat het beeld uit 1891 in de loop der jaren met dank aan de Duitsers heeft meegemaakt. Anno 1916 dachten Duitse troepen immers dat ze met brons te maken hadden en dus haalden ze de Louis uit de jaren stillekes van zijn sokkel om hem te smelten. Dus toen de snoodaards waren verslagen en er een dik decennium later weer voldoende geld daartoe voorhanden was, werd een replica op de nog intact zijnde sokkel gezet. Die sokkel kreeg het op zijn beurt dan weer zwaar te verduren tijdens WOII.  Vandaag zie je nog heel duidelijk waar shrapnels de boel beschadigden. Het geld is blijkbaar op ...

De snoodaards (altijd iemands vader, altijd iemands kind) liggen een eindje verderop begraven op het Deutsche soldaten friedhof in Rancourt. Liefst 11422 jonge soldaten liggen hier voor eeuwig te rusten.



Maar we moeten verder, we schieten echt niet op vandaag. De streek ligt hier immers bezaaid met herinneringen aan wat WOI hier zo dicht bij de Somme heeft aangericht.  Werkelijk overal en op de gekste plaatsen komen we herdenkingsmonumenten voor troepen van over de hele wereld tegen.



Waar het woord  "dodenakker" precies vandaan komt, weet ik niet. Maar wat mij betreft zou het wel eens van dit weidse landschap kunnen zijn. Hier liggen immers midden de velden en akkers dermate veel soldatenkerkhoven tussen het graan en het koren dat we er ten lange leste nog nauwelijks oog voor hebben. 
Hoe erg is dit .... dat we gewoon raken aan die duizenden en duizenden soldatengraven ... allemaal jonge mannen!

Het is zowaar een verademing om net buiten Amiens wat anders te zien dan de herinneringen aan die verdomde oorlog. Het is immers tijd voor het slijten van het vlas (Noord-Frankrijk is van oudsher een vlasstreek) en dat spektakel willen we niet missen.



Trage zwervers als we zijn, zullen we uiteindelijk niet in Gerberoy (ons geplande vertrekpunt doorheen Picardië) overnachten maar net voor Crèvecoeur-le-Grand ergens tussen gerst en tarwe in. 

De avond valt er op een schitterende wijze.




Reacties

Unknown zei…
Is altijd een beetje mee reizen.

Populaire posts van deze blog

Listen very carefully. I shall say this only once!

'n Oscarnominatie voor de gezusters Breydel uit Wetteren

My name is Luc(c)a