Als Nomaden doorheen Frankrijk (Eerste deel)
De kogel is door de kerk. Het heeft lang geduurd vooraleer hij er door was. Eerst wilden we wachten tot wanneer we beiden dubbel en voldoende lang gevaccineerd waren. Dan pas zouden we uitzoeken waar we heen zouden gaan. Santiago de Compostella dat al zo lang op ons verlanglijstje staat, werd omdat Spanje bloedrood kleurt meteen al van de tafel geveegd. De voucher die we nog liggen hebben na onze geannuleerde overtocht naar het Verenigd Koninkrijk ook. Die kan nog tot volgend jaar dienst doen. Zou Denemarken wat zijn ?
Maar dan komt “Geert van Reisroutes” in onze mailbox met een alternatief voorstel voor wie niet gehaast is om de snelste weg naar het Zuiden te nemen. En vermits wij houden van zwerven en slenteren, lijkt zijn voorstel ons wel wat.
Toch blijkt al gauw dat we niet klakkeloos zijn uitgestippelde route zullen volgen. Als we dan toch gaan dwalen door Frankrijk en het zuiden er niet per se toe doet dan nemen we er graag nog wat extra omweggetjes bij. Onze filosofie zal die worden van onderweg zijn, niet zozeer van ergens per se te moeten arriveren.
We vertrekken op maandag rond de klok van 17u40 want de grote drukte ter hoogte van Ryssel mag wat ons betreft voorbij zijn tegen de tijd dat wij er arriveren en we de snelweg richting Amiens zullen verlaten. Vanaf dan worden het binnenbanen en zullen we wel zien wat we zoal op onze weg aan moois zullen tegenkomen.
Onze eerste halte voor een plaspauze houden we in Frans-Vlaanderen meer bepaald in het mooie Haverskerque. Niet dat we er veel te zien krijgen maar wat we zien is vooral erg fotogeniek.
Het is niet de bedoeling dagelijks heel veel kilometers af te malen tijdens onze zwerftocht doorheen het mooiste land ter wereld. (Volgens fotograaf Michiel Hendrickx dan toch) We overnachten daarom op een iets minder mooie plek dan wij doorgaans gewend zijn maar het is rustig in Villers Bocage dus dat is voor deze eerste nacht wel voldoende.
Dra rijden we 's anderendaags Amiens voorbij. We stoppen er niet aangezien we de stad reeds meerdere keren hebben gezien. En trop is teveel nietwaar vooral omdat we toch de bedoeling hebben verder te geraken dan het Noorden alleen. Wel stoppen we wat verderop in de wijdse velden waar windmolens als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Zo'n technisch ding willen we wel een keertje van nabij bekijken en hier kan het makkelijk. Wat zijn wij uiterst kleine kaboutertjes tegenover zo'n mastodont!
We zijn nog niet echt veel verder geraakt of we merken in Vendeuil-Caply een wegwijzer richting een Gallo-Romeins theater. “Lieverd, als we die plek niet bezoeken dan hebben we een gat in onze cultuur.” Dus de lieverd volgt gedwee de wegwijzer vooral dan omdat hij zo'n lieverd is. We zullen verder tijdens onze zwerftocht nog wel meerdere keren de Romeinen tegenkomen want die zijn werkelijk overal geweest. Niet dat er in Vendeuil-Caply nog veel van hen te zien is, maar goed … het is een begin voor méér.
En dan vervolgen we rustig onze weg, gegidst door onze GPS-dame die uitdrukkelijk het commando heeft gekregen ons te leiden langs mooie binnenwegen. En vermits die wegjes nogal vaak in het hol van Pluto liggen, weten wij meestal niet waar we zo ongeveer zijn. Gelukkig hebben de Fransen na De Groote Oorlog in iedere stad, gemeente, dorp of gehucht een standbeeld neergepoot als eresaluut aan de gesneuvelden piotten. Op die manier kunnen wij op de sokkel van zo'n beeld aflezen in welk dorp we verzeild zijn geraakt.
Zo komen we bijvoorbeeld in het kleine Auneuil (Département de l'Oise) terecht waar mijn lieverd wel even voor me wil stoppen zodat ik kiekjes kan maken van een prachtig huis in wat ik “the middle of nowhere” noem. Bij opzoekingswerken achteraf blijkt het huis een museum voor ceramiek te zijn al is daar hier en nu eigenlijk niets van te bespeuren.
We rijden verder doorheen de talrijke zonnebloemvelden die hier afgewisseld worden met grote partijen graan. Zo groot dat het lijkt alsof we in de graanschuur van Europa zijn terechtgekomen. Maar staat die schuur niet in de Oekraïne?
Het tolhuisje van Vernon (Departement Eure) een overbekend gezicht van Normandië, ligt op onze weg en hoewel we er reeds eerder halt hebben gehouden toen we de tuinen van Monet gingen bezoeken, stoppen we toch nog een keertje. Het is gewoon té mooi om er ons niet nog eens te parkeren.
Het ligt in onze bedoeling naar Chartres te rijden en vermits onze GPS-dame onze instructies goed opvolgt, stuurt zij ons langs mooie, glooiende wegen. En wauw … wat voor moois komen wij op die binnenwegen toch tegen! Neem nu het Chateau d'Anet bijvoorbeeld. Nooit eerder van gehoord maar wat een mooi stulpje had die Diane de Poitiers! Diane? Who the fuck was Diane? Wat opzoekwerk leert mij dat zij de minnares was van Henry II, koning van Frankrijk. En wat geeft een minnaar zoal cadeau met Valentijn? Een lingeriesetje? Bijlange niet! Diane kreeg een kasteel en wat voor een! Overduidelijk een optrekje voor de jacht. Maar dan een groot uitgevallen optrekje. We geraken er maar niet op uitgekeken. Soms is het stulpje met begeleiding toegankelijk maar niet vandaag. Maar dat geeft niet. We komen voor de buitenkant alleen al ogen te kort.
Voor een bezoek aan Chartres wordt het té laat op de dag en bovendien begint het te regenen. Maar in de stad ontdekken we een prachtig groene camperplaats onder de bomen en met zicht op de kathedraal. Wat een luxe … a room with a view, gratis en voor niets. Morgen zullen we met de fiets via het fietspad langs de l'Eure naar het centrum van de stad rijden. Maar omdat Chartres veel meer is dan zijn overbekende kathedraal, schrijf ik er (morgen of zo) een apart verslagje over.
Al van in de verte zien we Chateaudun (Departement Eure et Loir) liggen of beter gezegd, het kasteel van Chateaudun. Hoog bovenop een rotspartij waar de Loire omheen kronkelt. Vermits we zin hebben om even de benen te strekken, rijden we het stadje in. Het overigens prachtige chateau is vandaag gesloten maar we hebben sowieso niet de intentie het te bezoeken. Zowel mijn lieverd als ikzelf hebben ooit al een keertje een reis naar de kastelen van de Loire ondernomen, dus het is geen prioriteit tijdens onze zwerftocht. Maar een wandeling doorheen Chateaudun verrast ons op zeer aangename wijze.
Zoals gezegd …. we hebben allebei al eens een overdosis kastelen aan de Loire bezocht dus deze keer staan ze niet op ons to-do-lijstje. Een georganiseerde kastelenreis zoals ik er een zestal jaren geleden met een vriendin eentje ondernam, heeft zijn voordelen maar ook behoorlijk wat nadelen. Eén ervan is dat je bij wijze van spreken aan de voordeur van zo'n buitenverblijfje wordt gedropt zonder eigenlijk goed te weten hoe de omgeving er uit ziet. Het zijn nu eenmaal formules die er op gericht zijn, zoveel mogelijk kastelen te bezoeken in een zo'n kort mogelijke tijd. Ik herinner mij hoezeer ik toen vooral onder de indruk kwam van het kasteel van Chambord maar laat het nu net zo zijn dat ik achteraf las hoe mooi de wouden eromheen wel zijn. Fietsvriendelijk ook. Dus we willen Chambord nog wel een keertje bekijken maar dan van buitenaf tijdens een fietstocht doorheen die wouden.
Na onze wandeling in Chateaudun gaan we alvast een kijkje nemen of we morgen de tocht op ons programma kunnen zetten. Maar wat een ontnuchtering! Chambord is afgeladen vol met toeristen, we kunnen er met moeite de camper draaien of keren, laat staan parkeren en na anderhalf jaar van afstand houden van alles en iedereen zijn wij eigenlijk vergeten hoe druk massatoerisme wel kan zijn.
Neen, hier hebben wij geen zin in. Dus slaan we op de vlucht richting Blois waar we niet heel erg ver van het centrum een aangename camperplaats voor de nacht vinden. De avond is nog jong, we fietsen dus nog even naar het oude centrum van Blois dat zeer zeker mag gezien worden.
Echt opschieten tijdens deze reis doen we niet maar dat is eigenlijk ook niet de bedoeling. En vermits we zo lang binnen onze eigen landsgrenzen hebben moeten blijven, ervaren wij zowat alles op onze weg als was het één van de zeven wereldwonderen. Zoals bijvoorbeeld de nog steeds bewoonde huisjes in de rotsen gehouwen ter hoogte van Rochecorbon. Veel stelt het dorpje niet voor maar aan meerdere muren hangen foto's van het dorpsleven uit lang vervlogen tijden. De plaatselijke heemkundige kring lijkt best trots te zijn op zijn verleden ook al is er van dat verleden niet veel meer overgebleven. Rochecorbon heeft bovendien mooie wandelmogelijkheden al bespaar ik mijn knieën het klauterwerk.
Ons tempo is gezapig, we hebben een hond mee die op geregelde tijdstippen een boomstam nodig heeft om zijn poot tegen op te heffen en zelf houden wij er wel van om zo af en toe een rustig terrasje mee te pikken. Dus op onze weg naar dan toch een kasteel dat we willen bezoeken, stoppen we eerst aan de Abbey de Seuilly. Leuk om er even rond te wandelen maar – hoewel het er aardig mooi is – valt er voor de rest weinig te beleven. Net iets té rustig dus. Zeg maar uitgestorven. De voormalige abdij is thans een overnachtingsplaats gericht op groeperingen.
Het enige kasteel dat we tijdens onze reis willen bezoeken, werd in 1930 na een brand verlaten. De toekomst van Chateau La Mothe Chandeniers zag er somber uit. Tot in 2018 een internationale reddingsactie op touw werd gezet voor het behoud ervan. Dergelijke dingen intrigeren ons en dus zetten we toch een – weliswaar eerder apart – kasteelbezoek op het programma. Fascinerend genoeg om er een extra verslagje over te schrijven!
Zwerven met de camper is heerlijk. Prachtige landschappen komen voorbij. We waken er ook wel over om op tijd en stond onze benen te strekken. De Menhir de Ceinturat is een ideaal excuus om dit te doen en verdorie … er hoort ook nog een toekomstvoorspelling bij. Maar die verklap ik niet. Ga zelf maar een keertje kijken!
Gek toch hoe idyllisch mooi de natuur kan zijn op onze weg naar wat een afschuwelijke brok geschiedenis is. Op de elektriciteitsdraden die bij ons in de grond zitten maar in Frankrijk dus niet, zitten zangvogels als muzieknoten op een notenbalk. Niets laat vermoeden dat we op weg zijn naar een wel heel zwarte bladzijde uit onze geschiedenisboeken. Doet Oradour sur Glane bij jou een belletje rinkelen? Nee? Lees dan een keertje het aparte verslag ter zake.
Onder de indruk van ons bezoek aan Oradour rijden we 's anderendaags verder. Het miezert en het ochtendgrijs blijft lang hangen. De zomer van 2021 is er eentje van de kwakkelende soort ook hier diep in Frankrijk. Op een zijwegje staan een paar mannen te sukkelen met een stoommachine annex een of ander vintage landbouwwerktuig. Dat werktuig is tijdens de verplaatsing in stukken en brokken gevallen. De mannen zijn op weg naar “une fête” waar de machine een demonstratie zou moeten geven maar dat zal dus niet voor vandaag zijn. Mijn lieverd probeert de handen mee uit de mouwen te steken maar het lukt niet. Tja …. vintage is nu eenmaal een mooi woord voor “ouwe brol”. En Frankrijk heeft – dat maakt het land voor ons zo aantrekkelijk – veel ouwe brol.
Dus rijden we verder langs mooie oude dorpjes zoals Coly er eentje is ...
... en daarna verder naar Sarlat-la-Canéda (Departement Dordogne). Wanneer wij er arriveren, is het volop markt. En op het centrale plein staan mensen dicht bij elkaar gepropt naar straattheater te kijken. Het plein leent er zich uitstekend toe, het klinkt allemaal ook best leuk en gezellig ware het niet dat we in Covid-19 tijden leven maar daar maken ze zich hier precies niet veel zorgen over. Wij wandelen echter liever de nu erg rustige middeleeuwse steegjes in. Er is vrijwel niemand te zien … het straattheater eist alle aandacht op. Leuk voor ons, zo kunnen wij lekker genieten van de smalle straatjes.
Wat hebben wij al erg mooie dingen gespot tijdens de eerste week van onze zwerftocht! Een dag rust om alles te laten bezinken, zal ons deugd doen. Die rust vinden wij in Carlux (Departement Dordogne) waar we een wel heel aardige parking omzoomt met bomen naast een begraafplaats ontdekken. Het is een plek waar op donderdag markt wordt gehouden maar vandaag dus niet. We hebben het terrein helemaal voor ons alleen. Ideaal voor een dag en nacht vol rust, een wandeling doorheen het schilderachtige dorp niet te na gesproken. Rust in zo'n prachtig kader … een heerlijke afsluiter voor de eerste week van onze nomadentocht.










Reacties