Als Nomaden doorheen Frankrijk (Tweede deel)
Zwerven houdt in dat we niet altijd helemaal zeker zijn van waar we ons nu eigenlijk bevinden. Dacht ik aanvankelijk nog dat wij anderhalve dag rust namen in Carlux, dan ben ik er intussen achter dat wij bij het mistige krieken van de dag Saint-Julien-de-Lampon verlaten op weg naar Rocamadour. Toegegeven … het scheelt slechts 3 kilometer maar toch! Zo uitnodigend mooi het kajakweer gisteren was, zo miezerig ligt de Dordogne er vandaag bij.
Gelukkig blijft het mindere weer niet duren want tegen de tijd dat we in Rocamadour de hoeve "La Borie d'Imbert" passeren, is de zon helemaal door het wolkendek gebroken. Het landschap waarlangs wij nu rijden verandert en gaat steeds meer lijken op het Britse platteland. Dat komt omdat in deze regio velden worden afgebakend met stenen muurtjes en die zie je in Engeland volop.
Ter hoogte van de hoeve staat een uitnodigend bord buiten om de voorbij rijdende toeristen er de aandacht op te vestigen dat er om 11u een gratis rondleiding wordt georganiseerd. En laat het nu net bijna 11u zijn. Lijkt ons dus wel een leuk en leerzaam idee om de benen even te strekken. We knuffelen zodoende niet alleen de geitjes maar ook het ganse proces van het maken van geitenkaas kunnen wij van nabij meemaken.
En dan gaan we op weg naar het oude Rocamadour dat na Lourdes het tweede grootste bedevaartsoord van Frankrijk is. De oude stad hangt als het ware tegen de rotsen aangekleefd maar het is dermate druk dat wij er echt geen zin in hebben er een parkeerplaats te zoeken om zodoende de stad te kunnen binnen klauteren. Liever nemen wij van op afstand een paar kiekjes van het tegen de rotswanden hangende geheel. Ça Suffit!
Echt spijt hebben wij niet van deze beslissing want niet heel erg veel verder rijden we Cardaillac (departement Lot) binnen dat langs de weg staat aangeduid als één van “Les Plus Beau Villages de France”. Laat ons daar maar eens een kijkje nemen. Het is er inderdaad schilderachtig mooi en bovendien zalig rustig.
En dan is het zoeken naar een rustige plaats waar we de nacht kunnen doorbrengen en vermits het echt zomert vandaag willen we de BBQ in een veilige omgeving in gang kunnen steken. We vinden een plek nabij een watertoren en wat een heerlijk uitzicht hebben we hier!
Zwerven door Frankrijk lijkt wel op een aan elkaar rijgen van middeleeuwse dorpjes en stadjes. Op onze weg naar de prachtige Gorges du Tarn komen we Sévérac-le-Château tegen. Een schitterend middeleeuws stadje dat onder de vleugels van een feodaal kasteel ligt. Het is een hele klim naar boven maar de oooooooh's en aaaaaaaaaah's omwille van het vele mooie dat we te zien krijgen, doen me even vergeten dat de warmte me stilaan de das omdoet.
De allerlaatste klim naar de feodale burcht daar pas ik voor. Mijn lieverd klautert verder gewapend met mijn fototoestel en de opdracht ginder boven wat mooie kiekjes te nemen. Een tijdje later komt hij met mooi fotomateriaal terug.
Op onze weg naar beneden komen we een duo middeleeuwers tegen. Ze gidsen een net gearriveerd groepje toeristen doorheen de smalle straatjes en doen dat behoorlijk rock & roll.
Eenmaal terug beneden en buiten de oude stadsmuren van het oude Sévérac ontdekken we een wel heel speciaal cafeetje. Het lijkt meer op een winkeltje in brokkant dan op een café. Nieuwsgierig kijken we binnen rond en installeren ons vervolgens buiten op het terras voor een fris streekbiertje. Dat hebben wij na al dat geklim en geklauter wel verdiend.
Een zwerver mag echter niet bij de pakken blijven zitten. Dus we rijden even later voorbij piepkleine dorpjes zoals Le Massegros en Saint Rome de Dolan er een paar zijn.
Het zijn echter niet de dorpjes die thans onze aandacht vragen. Veel liever willen wij genieten van onze rit langsheen de Gorges de Tarn. Prachtig steile rotsen worden in tweeën gespleten door de rivier de Tarn. De weg slingert er met behoorlijk wat haarspeldbochten als extraatje, fraai omheen.
De vallei van de Tarn heeft wandelaars, klimmers, kanovaarders en allen die van schoonheid houden veel te bieden. Je zou hier gerust een paar weken met vakantie kunnen zijn zonder je ook maar één dag te vervelen.
La Malène is de plek waar de meeste afvaarten met kano beginnen en dat zal wel zo zijn redenen hebben. Het debiet van de Tarn is immers niet overal even groot, er zijn zelfs plekken waar wij de kanovaarders met hun kano te voet zien verder sukkelen over de hobbelige keien van de rivierbodem. Raar dat zelfs in de natste zomer ooit, deze rivier zo laag staat!
In de dorpjes en gehuchtjes die we op onze weg tegenkomen wonen een handvol mensen en ze kleven bij wijze van spreken tegen de grote rotspartijen aan. Het bekendste is wellicht Castelbouc vermits daar aan de overkant van de Tarn een point de vue is en de voorbijganger dus van op afstand kennis kan maken met het gehucht. De meeste dorpjes moeten we echter aan ons voorbij laten gaan. Wie hier met de kano passeert kan natuurlijk op die manier zo'n dorpje van nabij gaan bewonderen.
Maar wij genieten hoe dan ook en ik kan er maar niet genoeg van krijgen.
We verlaten 's anderendaags de Tarn waar vandaag tussen de rotsen een flink pak wolken hangt. Droefgeestig maar wel fotogeniek.
Middagdutten doen we tussen de natte wijngaarden van het dorpje Ners.
Nîmes is het zuidelijkste punt van onze zwerftocht. Dat wil echter nog niet zeggen dat het er zuiders warm is. Op weg naar de stad regent het pijpenstelen, de Godganse dag! Maar het is niet voor de zon dat we hier zijn. Zoals ik reeds eerder heb opgemerkt, de Romeinen hebben werkelijk overal gezeten, zo ook in Nîmes en dat is de reden waarom wij erheen willen. Ja, ja … wij willen geen gat in onze antieke cultuur hebben!
Toen in de jaren stilletjes de Romeinen Nîmes en bij uitbreiding de Languedoc innamen, zal dat niet zonder slag of stoot zijn gebeurd. Ook voor ons zal het niet zonder trekken en duwen gebeuren om de stad te kunnen bezoeken. Want wat blijkt? Toen we gisteren bij het zoeken naar een geschikte rustplaats de bumper van de camper aan flarden reden tegen een met hoog opgeschoten onkruid gecamoufleerde rotsblok, dachten we dat de schade beperkt bleef tot die bumper. Mijn handige Harry herstelde provisoir de stukken en brokken en thuis zou hij wel verder kijken hoe hij de boel keurig zou herstellen. Maar vandaag willen we met de fiets de stad inrijden en wat blijkt? Mijn fiets geraakt geen duimbreed vooruit. Het achterwiel zit danig geblokkeerd door de slag van gisteren en daar staan we dan! Enfin, vriendlief demonteert de boel en ontdekt zodoende dat het wiel helemaal van slag is. Trekken, duwen en er met ons tweeën bovenop gaan staan, helpt zoals ook het aanvijzen van de wielspaken. Het is echter met haken en ogen dat ik naar Nîmes fiets maar ik ben Belg en (nu we het toch over de Romeinen hebben) door Julius Caesar genoemd als de dapperste aller Galliërs. Vooruit dus met de geit!
Nîmes heeft een arena zoals je er in Rome ook een hebt. Ze is echter minder hoog maar bon we zijn nu eenmaal niet in de hoofdstad van het Romeinse rijk. We hebben trouwens geluk. Tegen de tijd dat we er flink wat kilometers op hebben zitten en we Nîmes hebben bereikt, klaart de lucht uit. Niet dat het colosseum baadt in de zon maar met de Belgische zomers in ons achterhoofd zijn we allang blij dat we zonder regenjas op pad kunnen. Vooral ik dan fiets hobbeldebobbel naar het centrum van de eerder onoverzichtelijke stad. Ik vind er in ieder geval niet onmiddellijk mijn draai maar dat gaat beter van zodra we de fietsen ergens op slot en grendel hebben gezet.
Komt het door het colosseum? Of de mooi bewaarde Romeinse tempel (La maison Carrée) die thans dienst doet als museum en waar het rijendik aanschuiven is? Of ligt het eerder aan de bleke stenen huizenrijen en de vele mooie smeedijzeren balustrades? Ik weet het niet. Feit is dat ik constant het gevoel heb dat ik in Italië rondwandel.
Het Colosseum is gesloten omdat er voorbereidingen zijn voor een avondspektakel gedurende de komende vijf dagen. We beperken ons dan maar tot een rondgang en een fotosessie aan het beeld van de stierenvechter want de arena wordt ook gebruikt voor stierengevechten. Kijken naar het doden van levende wezens … niet alleen de Romeinen waren er dol op. De brood en spelen mentaliteit is jammer genoeg nog steeds niet verdwenen.
Dan vind ik de Romeinse badcultuur toch veel verfijnder. In de Jardin De La Fontaine zijn er sporen van te vinden. Hier bevindt zich namelijk de Nemaususput, een waterbron waar omheen de stad ontstond en de Romeinen later rond die bron thermische baden en tempels bouwden.
De zogenaamde Dianatempel (nee, niet die van Poitiers (zie deel 1)) waarvan vandaag nog steeds resten te zien zijn, is in werkelijkheid geen tempel, maar een overblijfsel van het Romeinse badencomplex dat hier in de 2e eeuw werd gebouwd.
De tuin met de fonteinen zijn geometrisch gerangschikte bekkens op verschillende niveaus. Ze zijn het werk van een militair ingenieur uit de 18e eeuw. Werkelijk een lust voor het oog. Het is een rustige avond en deze plek is top om de dag mee af te sluiten. Alleen moet ik nu nog terug tot aan de camper zien te geraken.
Nîmes, het Rome van Frankrijk is zo mooi en zo interessant dat de stad een citytrip meer dan waard is.
Maar wij zullen morgen verder zwerven. We zullen middag houden tussen de ranken van Chateauneuf du pape.
En dan zullen we verder reizen naar Oranges waar volgens een plaatselijke dronkenlap niets te zien valt behalve dan de Arc de Triomph uit de eerste eeuw na Christus en het best bewaarde theater uit de antieke Oudheid.
Zelfs Lodewijk XIV geraakte er destijds niet over uitgepraat. Terwijl mijn lieverd verbroedert met bovengenoemde (nee, nee, … niet met de Zonnekoning natuurlijk) op een wel heel zomers terrasje, duizel ik van hoogtevrees bij mijn bezoek aan het theater. Die Romeinen moeten toch over een goede conditie hebben beschikt voor hun cultureel avondje uit.








Reacties