Met de vaporetto op uitstap


 

Van de drie dagen die we fulltime in Venetië doorbrengen, benutten we telkens de voormiddag om samen met de groep onder begeleiding van onze gids een wandeling te maken doorheen de verschillende delen van de stad. 

In de namiddag zijn we vrij om uit te rusten van de om en bij de 10.000 stappen-wandelingen, om te lunchen en om zélf op verkenning te gaan. Omdat Venetië een stad is om gezellig in verloren te lopen, stellen Daniël en Marie-Paule een leuk koppel binnen het reisgezelschap, ons voor om de komende dagen samen meer dan gezellig verloren te lopen. Telkens wanneer ze op reis zijn, zo vertrouwt Marie-Paule me later toe, kiezen ze een stel uit van wie ze vermoeden dat hun oriëntatievermogen min of meer in orde is. 

Marie-Paule ... intussen weet jij beter hé?! 😄

We hebben het plan opgevat om met de vaporetto (bootbus) wat te gaan varen. Het is onze bedoeling eerst een keertje naar San Giorgio Maggiore te varen om ons daarna in een brede bocht naar het Canal Grande te verplaatsen om er rustig te genieten van de ongeveer drie kilometer lange Venetiaanse levensader met de vele schitterende palazzo's.

 


We meren aan ter hoogte van de abdijkerk en ontdekken er vrijwel onmiddellijk dat er in het zog van de momenteel aan de gang zijnde kunstbiënnale een tentoonstelling loopt van ... jawel, de Vlaamse kunstenares Berlinde De Bruyckere.

 


Met ‘City of Refuge III’ houdt ze een grote expo in de Abbazia di San Giorgio Maggiore, een eiland op drie minuten varen van San Marco. 

 


 

De abdij behoort toe aan de orde van de benedictijnen. De kerk is groot en imposant en heeft een indrukwekkende gestoelte. 

 


 

Er ligt ook een vloer waar ik zowaar over zou durven struikelen vermits die zo bedrieglijk oogt. Een echte trompe l'oeil!

 


 

Vanuit de kerk gaat het in de abdij langs gangen en zalen, waar de kunstenares  een staalkaart toont van wat ze de voorbije jaren zoal heeft gemaakt


 

Maar net omwille van die vele gangen en zalen verlaten wij de tentoonstelling niet langs dezelfde weg als waarlangs we zijn binnengekomen met als gevolg dat we eenmaal buiten onze oriëntatie al meteen kwijt zijn. Lap! 

 



 

Gelukkig is het eiland niet groot en na wat zoekwerk, stappen en terugkeren geraken we toch weer op ons punt van vertrek. 

De uitkijktoren biedt een schitterend zicht over de lagune en de stad Venetië maar afgeschrikt door de 350 trappen, beklimmen we hem niet. Pas later zullen we te weten komen dat er ook een lift is. Een gemiste kans dus ... Ach, zuut!

 


Het bestuderen van het plan van de vele bootbuslijnen is echter andere koek. Kijk hier zie, die rode lijn moeten we hebben. Nee hoor de blauwe. Maar nee ... de groene lijn!  Of is het de paarse? De oranje? De gele? Eén ding weten we zeker: de zwarte is het niet want die vaart enkel 's avonds.

Vraag me nu niet welke lijnen we uiteindelijk hebben genomen. En waar we zo allemaal zijn op en af gestapt. Ik weet het niet meer. 

Gelukkig hebben we het Canal Grande ook op andere dagen dan alleen vandaag in stukken en brokken kunnen afvaren. 

 






En wat ik me zal blijven herinneren zijn de vele prachtige palazzo's langsheen dat kanaal. Ze werden in de loop van vier eeuwen gebouwd langsheen het water en stralen een enorme rijkdom uit. Ooit waren het pakhuizen én luxueuze verblijfplaatsen voor de rijke handelaars. Nu zijn ze omgebouwd tot musea, hotels en super chique appartementen. 

 



 

Wonen is in Venetië peperduur geworden. Er zijn dubbel zoveel toeristenbedden in de stad dan dat er nog echte Venetianen wonen. Die gaan 's avonds na de werkdag met de monorail naar Mestre of verder waar wonen nog betaalbaar is voor hen. 

Wanneer wij 's avonds telkens rond de zessen ook die monorail nemen richting ons hotel, zit de tram afgeladen vol met mensen wiens dagtaak erop zit. 

Ik voel mij als toerist toch ietwat schuldig tegenover hen ...

 


 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Listen very carefully. I shall say this only once!

My name is Luc(c)a

Over Wetterse Pauwkens en nylonkousen