Nostalgie in het Aalsterse stadspark
Het zal wellicht wat chauvinistisch klinken wanneer ik beweer dat het mooiste stadspark van ons land dat van mijn geboortestad Aalst is. Maar chauvinisme of niet, het is wel degelijk het mooiste stadspark dat ooit werd aangelegd.
Het idee om de Aalstenaar een lusthof te schenken, dateert al van ongeveer het midden van de negentiende eeuw. Maar zoals dat in politieke middens nu eenmaal de gewoonte is, heeft het veel - om niet te zeggen heel veel- voeten in de aarde gehad vooraleer het er ook effectief is van gekomen. Dat het in 1915 (in volle Eerste Wereldoorlog nota bene) eindelijk lukte om aan de werkzaamheden te beginnen, hebben we aan Désiré De Wolf, de toenmalige schepen van Openbare Werken, te danken. Dat zit zo: tijdens die eerste jaren van "De Groote Oorlog" heerste er in Aalst grote werkloosheid en de Duitsers eisten al de werkloze mannen op om in het verre Duitsland voor hen te gaan werken. Maar daar stak Désiré dus een stokje voor door eindelijk werk te maken van de aanleg van het park. Meteen konden tachtig mannen aan de slag, werden ze niet opgeëist door de bezetter en hoefden vrouwen en kinderen de man des huizes niet uit te zwaaien richting Duitsland.
Uit puur jeugdsentiment heb ik aan twee kameraden uit the good old days voorgesteld om er elkaar nog een keertje te ontmoeten.
Ik herinner mij hoe wij er met de jeugdbeweging naartoe wandelden om er te ravotten. Niet dat dat vaak is gebeurd want vanaf ons clublokaal tot aan het stadspark was het best wel een pittige wandeling.
Het park is ook vandaag nog bij de jeugdbewegingen erg intrek
Dat het park zo prachtig mooi is, daar hadden wij toen nog geen aandacht voor. Ons interesseerden vooral de speeltuigen. Nochtans was ik geen held in het beklimmen van de klimtoren en nog veel minder in het naar beneden komen ervan. Hoe deden brandweermannen dat toch in hun kazerne?!
De al te hoge glijbaan liet ik om dezelfde reden voor wat ze was en al zeker wanneer het de bedoeling was om met zijn allen tegen elkaar zittend naar beneden te glijden. Brrrrr .... wat was ik daar bang voor!
Neen, een echte acrobatische heldin was ik niet maar schommelen kon ik dan weer als de beste en wist ik ook urenlang vol te houden!
Met de kameraden van weleer spreek ik af ter hoogte van het Melkhuisje en hoewel ik er tijdig arriveer zitten Martine en Hilde er reeds op het terras naar mij uit te kijken. Zwaai, zwaai!
Hoewel pas in 1955 opgericht, heeft de naamgeving van dat Melkhuisje trouwens ook wat met de Eerste Wereldoorlog te maken. Het moet zijn opgericht op de plek waar de burgers tijdens de oorlog melk konden aankopen.
Drie zotte dozen als wij destijds waren, komt de zottigheid tijdens onze wandeling doorheen het park toch weer een keertje naar boven. Een park vol schitterende bomen en dito vijvers ... het doet wat met een mens.
Jawel, Louis Julien Breydel de destijds bij de adel en de hogere burgerij befaamde landschapsarchitect, heeft met dit ontwerp zijn best gedaan.
Hoewel er vandaag de dag Sam Gooris gewijs gekozen wordt om het gras maar te laten groeien omwille van de biodiversiteit, straalt het park nog steeds de grandeur van weleer uit.
Dat heeft ook wel te maken met het feit dat het stadspark op 9 maart 1977 als landschap werd beschermd. De in 1974 opgerichte "Werkgroep bomen Park" maken van deze bescherming dankbaar gebruik om de overheid tot een doordacht beheer aan te zetten.
Onze wandeling en onze babbels waren heerlijk. Het is zoals Hilde me achteraf schreef "voor herhaling vatbaar".
Dat zullen we zeker doen en dan gaan we samen op zoek naar het standbeeld van Roodkapje. Martine weet zich immers te herinneren waar dat staat.
Voor mij allemaal goed, zolang we de boze wolf maar niet tegenkomen!
Uw reporter ter plaatse
Reacties