De Sint-Baafsabdij in Gent: een verhaal van stukken en brokken

 


 

Het moet ergens aan het einde van de jaren negentig van vorige eeuw zijn geweest dat ik een allereerste keer in de Gentse Sint-Baafsabdij kwam. En dat was dan nog niet eens voor een bezoek aan de abdij zelf, maar voor het bijwonen van een of ander exotisch concert dat ter gelegenheid van de Gentse feesten werd gegeven in wat ooit de refter van de monniken is geweest. 

Ik heb er geen idee van in welke staat de abdij er toen bij lag want we werden slechts via een achterpoortje op de site binnengelaten. We stonden m.a.w. in een zijstraatje aan te schuiven om binnen te kunnen.. En behalve de refter zelf dan, kregen we geen inkijk in de rest van de abdij.

 


 

Ik herinner me wel dat in de omgeving van dat achterpoortje een nogal militair aandoende beeltenis hing en dat ik dat maar moeilijk kon geassocieerd krijgen met het leven van een monnik. 

 


 

Dat ik mij dit alles nog haarscherp weet te herinneren, heeft alles te maken met Dirk Frimout die als eerste Belg een handvol jaren eerder naar de ruimte was gevlogen. De voormalige astronaut stond er immers ook braafjes aan te schuiven en dit met hetzelfde doel: een concert bijwonen.

Sindsdien, doch jaren later, ben ik er wel vaker een keertje over de vloer geweest. Maar eerlijk ... wat ik intussen over de geschiedenis van het complex weet, kan ik ter plekke maar moeilijk geïnterpreteerd krijgen. Falend ruimtelijk inzicht misschien?

Daarom heb ik de voorbije zondag een keertje een gegidste rondleiding ter plaatse meegemaakt. In de hoop dat ik meer zou leren over wat Keizer Karel hier allemaal heeft aangericht en hoe dat nu eigenlijk zit met die Spaanse burcht van hem. 

Het werd een uiteenzetting over (gedroogde) vijgen na Pasen - de restanten van de vasten -, over heiligen en schijnheiligen, over tochtige koude pandgangen en dito bedsteeën en over korte metten maken. Kortom ... boeiend genoeg om er een pijnlijke rug, heupen en knieën voor over te hebben. 

Vandaag wil ik, rustig gezeten aan mijn schrijftafel, toch even de boel recapituleren.  

Ik vertel echter niet het hele zootje opnieuw. De ontstaansgeschiedenis is mede dankzij de VRT-serie "Het verhaal van Vlaanderen"  immers genoegzaam gekend. Ik wil het dus niet hebben over de Heilige Sint-Amandus die hier nabij Portus Ganda rond het jaar 630 een eerste houten kerk en klooster liet bouwen en dit met het oog op het kerstenen van de heidenen die hier in de omgeving woonden. Noch zal ik het hebben over Bavo, een rijke edelman die dweepte met Amandus en zijn decadente leventje achter zich liet om vervolgens het klooster in te treden. Ook de komst van de Vikingen laat ik aan mij voorbijgaan en dit ondanks het feit dat zij het waren die de boel hier voor een eerste keer kort en klein hebben geslagen en hierbij dermate driftig te keer zijn gegaan dat de kloosterlingen voor maar liefst vijftig jaar de benen naar Frankrijk hebben genomen. 

Goed om weten is natuurlijk dat na hun terugkeer de abdij weer ongelooflijk tot bloei is gekomen en al helemaal interessant wordt het wanneer ik jullie vertel dat het Bourgondisch Vlaanderen hier een aanvang heeft genomen dank zij het huwelijk van Filips de Stoute, de eerste Bourgondische hertog,  met Margaretha van Male, dochter van de toenmalige graaf van Vlaanderen. Het huwelijk werd op 19 juni 1369 voltrokken in de immense abdijkerk waarvan we vandaag de dag slechts een indruk kunnen krijgen dankzij de haagbeuken die elk een plek van de vele kerkzuilen aanduiden. 

 



En toen riep de bruidegom : Waar is dat feestje? Het antwoord kwam vanuit het Gravensteen : Hier is dat feestje! 

Toen echter de auteur en meesterverteller Bart Van Loo zijn boek "Stoute Schoenen" aan het schrijven was, trok hij op een dag zijn stoute schoenen aan, stapte ermee naar de Gentse burgemeester Mathias De Clercq en trok eens flink aan diens oren. Bart vond het immers niet kunnen dat de stad zo weinig aandacht besteedde aan die feestelijke historische gebeurtenis die zo ongelooflijk belangrijk is geweest voor Vlaanderen. 

 


 

Dat is intussen rechtgezet met een gedenksteen die - ondanks het feit dat die er pas een jaar ligt - nu al sporen van verval draagt. En zeggen dat die er gelegd is voor de eeuwigheid! 

Komt het door Keizer Karel dat de stad Gent zo weinig aandacht heeft voor haar erfgoed? 

Want hoewel hij zijn geboortestad zeer genegen is geweest, heeft hij ze ook letterlijk de strop omgedaan. Dat was toen de Gentenaren weigerden in te gaan op zijn eis om belastingen te betalen. Belastingen nodig voor de financiering van zijn vele oorlogen. Hij is toen in een Franse colère geschoten, heeft heel wat hoogwaardigheidsbekleders openlijk vernederd door hen blootvoets en in nachthemd met een strop om de hals door de straten van de stad te jagen. Anderen werden dan weer opgeknoopt. Bovendien liet hij de Sint-Baafsabdij met de grond gelijk maken en in de plaats ervan bouwde hij een Spaanse verdedigingsburcht welke tot doel had die weerbarstige Gentenaren in toom te houden.

Het is precies omwille van deze dramatische gebeurtenissen dat ik er voor kies deze rondleiding mee te maken. Want waar zie ik de resten van die Spaanse burcht? Telkens wanneer ik in de Sint-Baafsabdij kom, zie ik vooral de ruïnes van wat eens een prachtige abdij moet zijn geweest. 

We stappen samen met onze gids de abdij binnen via de toegangspoort in de oudste muur die Gent rijk is. En jawel ... ik zie wat ik hier wel al vaker heb gezien, de resten van een abdij. 


 




Ken jij het boek met als titel "Waarom mannen niet luisteren en vrouwen niet kunnen kaartlezen"? 

Dat over dat kaartlezen klopt in mijn geval als een bus. Dus wanneer wij door onze gids in een slecht verlichte en voormalige voorraadkamer van de abdij worden gewezen op een historische kaart van de Spaanse dwangburcht binnen de stad, valt mijn nikkel nog niet. Ik ben immers wél een goed luisteraar dus wanneer een historicus mij vertelt dat keizer Karel de abdij met de grond gelijk liet maken, betekent dit voor mij dat er van die abdij helemaal niets meer overblijft en al zeker niet wanneer ze plaats moet ruimen voor een ander bouwwerk. Interessant op de kaart is wel de toren waarin, zo leer ik nu, de graven Egmont en Hoorn zaten opgesloten in afwachting van hun onthoofding op de Grote Markt van Brussel in 1568. 

Het is pas wanneer onze gids mijn aandacht vestigt op een 3D-print van de Spaanse burcht die bovenop een luchtfoto van de huidige omgeving werd geplaatst dat ik eindelijk een en ander begin te begrijpen.

 


 

Het blauw omcirkelde deel op mijn foto is datgene wat wij vandaag bezoeken en is meteen ook het enige dat overblijft van alle bezittingen van de abdij. Dat bijvoorbeeld de grote refter waar ik samen met Dirk Frimout ooit een concert bijwoonde, zo goed bewaard is gebleven heeft alles te maken met het feit dat de katholieke Spaanse soldaten ze gebruikten om er de H. Mis in bij te wonen. Keizer Karel liet ze dus niet "met de grond gelijk maken". In latere tijden en door andere bewindvoerders zoals de Oostenrijkers en de Nederlanders werd de voormalige refter dan weer gebruikt als opslagplaats voor munitie en dergelijke. 

Het is overduidelijk dat de beruchte Spaanse burcht een wel zeer robuust geval moet zijn geweest met afmetingen om van omver te vallen. Liefst 1,4 km² moet ze zijn geweest en wanneer ze een paar eeuwen later werd afgebroken, moest er dynamiet aan te pas komen om ze in stukken en brokken te krijgen. Thans valt er van gans die burcht helemaal niets meer te spotten. Misschien dat de Gentse ondergrond nog wat brokstukken van fundamenten verbergt maar dat is giswerk.  

Het met de grond gelijk maken van de Sint-Baafsabdij neem ik voortaan niet meer letterlijk. Het is het leven van de monniken dat hier op deze plek definitief (en na eeuwen van grote bloei) ten einde kwam. 

De monniken zelf vonden onderdak in wat toen nog de Sint-Janskerk heette maar achteraf en juist daardoor de Sint-Baafskathedraal werd. 

Zowel tijdens als na de rondleiding heb ik verschillende verbaasde opmerkingen gehoord over hoe slordig men destijds (maar ook nu nog steeds) is omgesprongen met wat als souvenirs van een toch wel indrukwekkende geschiedenis kan worden aangeduid. 

Toen in de loop van de negentiende eeuw dank zij de industrialisatie de stad een enorme ontwikkelingsgolf kende, werd ook de voor Gent zo belangrijke historische plek grotendeels opgeofferd aan de urbanisatie. Er werd een slachthuis en een veemarkt gebouwd, arbeiderswoningen en beluiken schoten als paddenstoelen uit de grond. Wat er nog stond aan restanten van de abdij, werd bij wijze van spreken gebruikt als steengroeve om dit alles te kunnen bouwen.

We hebben het aan Auguste Van Lokeren, schepen van de stad maar ook een man met een passie voor geschiedenis en archeologie, te danken dat de ruïnes die staatseigendom waren, niet verdwenen maar integendeel voor het nageslacht bewaard zijn gebleven. Na zijn dood schonk de staat de abdijresten uiteindelijk zelfs aan de stad op voorwaarde dat het een Museum voor Stenen Voorwerpen zou worden. We schrijven anno 1887. 

 

Van boven naar onder en van links naar rechts: Auguste, mijn kameraad Winnie en onze gids van dienst
 

En vermits op dat ogenblik de stad Gent één grote bouwwerf was omwille van bovengenoemde nieuwe infrastructuurwerken stond het gloednieuwe museum binnen de kortste keren afgeladen vol met middeleeuwse stukken en brokken die ergens in de stad werden opgedolven en weggenomen. Maar ook recenter erfgoed vond er zijn plaats. Zoals bijvoorbeeld het fronton van het voormalige Zuidstation dat in 1930 werd afgebroken. Mo how seg! 

 


 

 

En nu wordt mij eindelijk een en ander duidelijk. De granieten sculptuur van het harnas aan het achterpoortje dat ik destijds abusievelijk associeerde met de Spaanse burcht, heeft helemaal niets met die burcht noch met de abdij te maken. Het harnas komt van de Kouter vandaan waar destijds de Oostenrijkse Keizerlijke wachters de dienst uitmaakten. 

Het Museum voor Stenen Voorwerpen werd inmiddels reeds langer door de stad opgedoekt. Dik tegen de goesting van De Buren van de Abdij die prompt een groep vrijwilligers zijn gaan vormen en die ijveren voor het verder bestaan van wat is. Het is deze vereniging  die in de zomer telkens tijdens de weekenddagen geheel belangeloos de abdijpoorten laat openzwaaien voor al wie geïnteresseerd is in erfgoed. Overigens met veel succes waardoor de stad intussen ook weer haar steentje bijdraagt. 

Maar hoe komt het nu toch dat overheden slechts schoorvoetend aandacht hebben voor erfgoed?  Kun je geloven dat ik van mening ben dat het keizer Karel himself is geweest die het slechte voorbeeld daartoe heeft gegeven!

Want wat weet onze gids ons nog te vertellen? 

 


Het bas-reliëf met wapenschild van Keizer Karel waarover hieronder sprake

 

Keizer Karel is zijn geboortestad altijd zeer genegen geweest, getuige onder andere het feit dat hij in 1524 de Spitaalpoort liet opsmukken met een fraai bas-reliëf waarop niet alleen zijn wapenschild en lijfspreuk  "Plus ultra"is te zien maar ook de maagd van Gent. Maar toen de Gentenaren in 1540 weigerden zijn financiële eisen in te willigen, was het uit met de liefde. Ook een aantal stadspoorten werden toen afgebroken waaronder dus de Spitaalpoort die hij slechts zestien jaar eerder zo mooi had laten pimpen.

Het bas-reliëf werd eeuwen later teruggevonden toen aan de Dampoort een rotonde werd aangelegd. Dat was in 1991. 

Het antwoord op de vraag is, denk ik  hiermee gegeven. 

Het ziet er naar uit dat het slijk der aarde er werkelijk alles mee te maken heeft. Geld is zowat de voornaamste beweegreden. 

Dat was eeuwen geleden zo en dat is nu nog steeds zo. 

 

 


 


Reacties

Populaire posts van deze blog

Listen very carefully. I shall say this only once!

'n Oscarnominatie voor de gezusters Breydel uit Wetteren

My name is Luc(c)a