Hoog op de UNESCO-agenda: De Gentse Vooruit
Het moet geloof ik toch in het DNA van de Gentenaar zitten om vooral "ni te neuten en ook ni te pleuje" maar integendeel te strijden voor de vooropgestelde doelen. Dat was in het middeleeuwse Gent reeds zo en dat was en is in latere tijden niet anders, Natuurlijk werkt die koppigheid in meerdere richtingen. Wat de ene fantastisch vindt, vindt de andere pure horror. Man, man, man ... die Gentenaren kunnen er wat van!
Dus wanneer Lieven Bauwens, de listige Gentse Industriële spion, de Mule Jenny vanuit Engeland naar het vasteland weet te smokkelen, installeert hij zijn eerste industriële spinnerij juist daarom niet in Gent maar in Parijs.
Het duurt echter niet lang vooraleer hij er in slaagt een spinnerij neer te poten in de Gentse gevangenis en er de gevangenen voor niets, nada, noppes aan het werk weet te zetten.
En van het ene komt het andere. Het idee om mensen zelfs voor minder dan een appel en een ei te laten werken, doet bij menig rijke ondernemer dollartekens in de ogen opflikkeren en de katoenspinnerijen schieten als paddenstoelen uit de grond. Als bovendien de stoommachine steeds handiger in het gebruik wordt, is het hek van de dam.
Gedaan met het spinnewiel, gedaan met de schoenmaker die bij zijn leest blijft, gedaan met de huisnijverheid. De plattelandsmens wordt uit noodzaak stadsmens en verhongert in de schamele beluiken en achterafsteegjes.
De industriële revolutie is een feit.
Maar nu even terug naar dat Gentse DNA. Want hoewel de stad Gent bij lange na niet de enige stad is waar arbeiders worden uitgebuit, is het wel in Gent dat Edward Anseele samen met Edmond Van Beveren de "Vlaamsche Socialistische Arbeiderspartij" in 1877 opricht.
Anseele is geboren in een eenvoudig Gents arbeidersgezin maar heeft het geluk vier jaar secundair onderwijs te kunnen volgen wat in die jaren voor mensen als hij niet evident is. Dat geluk heeft hij te danken aan het feit dat zijn vader twee kinderen van een schooldirecteur uit diens brandende school weet te redden. Uit pure dankbaarheid zorgt de schooldirecteur voor een studiebeurs waardoor studeren voor de kinderen Anseele mogelijk wordt. Niet dat Edward de beste leerling van de klas is, maar schoollopen geeft hem wel het nodige zelfvertrouwen om in zijn verdere leven het grote onrecht dat de arbeider wordt aangedaan, te bestrijden.
De partij strijdt voor algemeen stemrecht zodat de arbeiders vertegenwoordigd kunnen worden in het parlement. Maar ze zet zich ook in voor de oprichting van coöperaties met de bedoeling de in armoede verkerende burgers te voorzien van voedsel en sociale bescherming . Nog geen twee jaar later wordt de partij uitgebreid tot de "Belgische Socialistische Arbeiderspartij" waarvan Anseele de secretaris wordt.
De Gentse afdeling van de partij ziet het groots en maakt plannen voor het bouwen van een cultuurpaleis. Want ook de arbeider heeft recht op een paleis, recht op kunst en cultuur, recht op ontspanning.
Hier start de geschiedenis van Vooruit, thans de thuishaven van Het Kunstencentrum VierNulVier dat vorige zondag naar aanleiding van de afwerking van de tweede fase van de restauratie de deuren wagenwijd liet openzwaaien en intussen ook is voorgedragen om op de lijst van het UNESCO werelderfgoed te worden gezet.
Wat een gebouw, wat een ongelooflijk groot en prachtig complex! Zelfs met het aangereikte plannetje slaag ik er verdorie in verloren te lopen en eenmaal thuis ontdek ik dat ik een aantal lokalen gewoonweg niet heb gezien.
Het gebouw moet imponeren en aan de wereld tonen hoe sterk en krachtig het socialisme wel niet geworden is. (Onwillekeurig denk ik aan Lodewijk XIV die precies om dezelfde redenen zijn optrekje in Versailles liet bouwen.)
Met oog voor detail in de prachtige glasramen. De eerste muzieknoten van de internationale, het strijdlied van de arbeidersbeweging en gecomponeerd door Pierre De Geyter ... jawel, een Gentenaar!
De bouw van het feestpaleis wordt afgerond in 1913. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog dus. Gent wordt tijdens De Groote Oorlog een bezette stad en de eerste drie jaren van de oorlog kan de Gentenaar de miserie nog even vergeten in de prachtige lokalen van het gloednieuwe gebouw. Maar vanaf het vierde oorlogsjaar wordt het opgeëist voor het plezier van de Duitse bezetter en naar het schijnt houdt die er lelijk huis.
Tijdens het interbellum kan het feestpaleis eindelijk helemaal tot bloei komen. Concerten, filmvoorstellingen, theater, dansavonden, ... er is zoveel om van te genieten.
Met de plattegrond in de hand probeer ik zoveel mogelijk te genieten van al het opgeknapte moois.
Een vergulde krul hier, een glimmende spiegel daar ... Toegegeven, het is Versailles niet maar de trap naar de toiletten is prachtig en bovendien zijn er meer dan toiletten genoeg. Wat niet van Versailles kan gezegd worden. Het paleis van de Franse Zonnekoning telde niet één toilet. Je gevoeg doen doe je toch gewoon in een of ander hoekje, moet de koning hebben gedacht.
Jammer genoeg duren mooie liedjes nooit lang. Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt wordt het ganse gebouw vrijwel onmiddellijk opgeëist door het Duitse leger. En geloof het of niet ook al zitten de heren er op onderstaande foto nog keurig bij, ze maken er letterlijk en figuurlijk een varkensstal van.
![]() |
| Toen |
| Nu |
Het zal tot in 1946 duren vooraleer het gebouw opnieuw kan gebruikt worden waarvoor het gebouwd werd. De verzuiling is een feit en dat blijkt misschien nog het meest uit de bibliotheek waar boeken kunnen worden uitgeleend die door de Katholieke kerk gewoonweg op de Index Librorum Prohibitorum worden gezet. Verboden lectuur voor de katholieken zeg maar.
Het gebouw is dusdanig groot dat het gerust onderdak kan bieden aan zoveel andere activiteiten dan puur cinema, concerten en theater. Plaats zat voor 'n turnclub, 'n harmonie, kledingwinkels, eten en drinken, dansavonden, ...
Het klinkt allemaal fantastisch maar toch wordt met de komst van de televisie de teloorgang stilaan ingezet. Steeds meer mensen blijven thuis voor de buis zitten. De bibliotheek is zowat het laatste dat nog volk trekt, tot de ouderen de trappen er naartoe niet meer op geraken. Een lift is er immers niet. (Nu intussen wel)
De Vooruit raakt zwaar in verval en komt uiteindelijk leeg te staan. Omwille van de zware economische crisis en de grote werkloosheid in de jaren tachtig van vorige eeuw wordt Gent een triestige, vuile stad. Aan die vuile boel moet wat gedaan worden, de stad moet worden opgekuist. Dus denkt men er aan om het voormalige feestpaleis gewoonweg af te breken.
Het is precies in die moeilijke tijd dat ik afstudeer en aan mijn professionele loopbaan begin. Het zijn de jaren van de nepstatuten zoals TWW, BTK en DAC door de overheid in het leven geroepen om mensen tijdelijk aan werk te helpen.
Om aan de werkloosheid te ontsnappen, stap ik zelf ook meerdere keren in zo'n nepstatuut. Door de overheid bedoeld om werkgelegenheid te creëren in de socio-culturele sector, wordt er met de nepstatuten echter behoorlijk gefoefeld waardoor ik onder ander terecht kom in een Aalsters bedrijfje dat motorhomes en minibussen verhuurd en ik er een beetje gebruikt word als speelbal van de foefelaars waardoor de bal ook richting Gent rolt en ik er aan de slag moet in een reisbureau in de Bagattenstraat. En laat dat reisbureau nu net in de schaduw van de afgetakelde Vooruit liggen!
| Zicht vanuit de balzaal op de Bagattenstraat |
Ik kan je verzekeren, het gebouw zag er toen zo guur en aftands uit dat geen haar op mijn hoofd er ook maar aan dacht dat het ooit UNESCO werelderfgoed zou kunnen worden.
Een groep jongeren steekt echter een stokje voor de afbraakplannen en sticht de vzw Socio-cultureel Centrum Vooruit met als doel er een progressief artistiek ontmoetingscentrum van te maken. De ontzuiling wordt een prioriteit. Het rode etiket moet weg.
Door de hoge werkloosheid zijn er meer dan vrijwilligers genoeg die de handen uit de mouwen willen steken en in ruil daarvoor vrijstelling van stempelcontrole krijgen. De eerste taak is een grote opruimactie organiseren en het herinrichten van het café zodat er geld in het laatje kan worden gebracht. Overheidspremies en de verkoop van aandelen doen de rest.
In stukken en brokken, zaal per zaal en gang per gang, wordt het gebouw aangepakt en vandaag eindigt een tweede deel van de restauratie met een OPEN HUIS dag als gevolg. Een derde fase is voor later.
Dit alles is niet zonder slag of stoot gebeurd. Herinner je de heisa die in Gent ontstond toen voorzitter Conner Rousseau de partij Sp.a een nieuwe naam gaf. Voortaan zou de partij immers VOORUIT heten en daar konden ze in het pluralistische Kunstencentrum VOORUIT niet mee lachen. Het centrum zou voor een nieuwe naam kiezen en niet langer VOORUIT heten. Maar daar konden de oudere Gentenaars dan weer niet mee lachen.
Na veel gekrakeel (herinner je het Gentse DNA) is uiteindelijk een compromis bereikt. Het paleis zelf blijft de naam VOORUIT dragen terwijl de organisatie voortaan luistert naar de naam VIERNULVIER ... een spitsvondigheid verwijzend naar de "Oeps ... we hebben de internetpagina niet kunnen vinden".
Zo lijkt het iconische gebouw klaar voor de UNESCO Werelderfgoedlijst. Maar dat is dus wel nog even koffiedik kijken.



Reacties