Niemand gaat verloren


 

Als er nu één ding positief uit de coronacrisis is voortgekomen, dan is het wel de kameraadschap die ik kon opbouwen met een handvol fotografen. We leerden elkaar via het internet kennen op een ogenblik dat er buitenshuis niets te beleven viel. En omdat het zo goed klikte tussen ons, zijn we - toen we al lang weer ons kot uit mochten  - een keertje samen de mooie hoekjes en kantjes van de stad Gent gaan fotograferen. 

Het is intussen een jaarlijkse traditie geworden en dus gaan we vandaag voor de vierde keer op stap door het mooie Gent. De voorbereidingen daartoe heb ik in stukken en brokken geklaard en jawel als het weer goed zit, dan denk ik dat de dag er eentje wordt met een gouden randje.

Maar eerst zal er koffie op de agenda staan.  Want zelf woon ik op een steenworp van de stad vandaan maar de anderen zullen reeds behoorlijk wat kilometers Vlaanderen hebben afgelegd vooraleer er te arriveren  Dus eerst even wat drinken en bijpraten en dat nog het liefste op een plek with a view. 

Ik wil er voor zorgen dat ik als eerste aan de Zuid aankom zodat de anderen er niet op mij hoeven te wachten.  Nog maar net zit ik op de tram of Elke stuurt me een whatsapp berichtje om ons een fijne dag toe te wensen. Zelf kan ze er vandaag jammer genoeg niet bij zijn maar ze denkt overduidelijk wel aan ons. 

't Moet toch zijn dat ons gezelschap op bijzonder hete kolen zit want ik ben nog niet goed en wel van de tram gestapt of ook van Ingrid ontvang ik een berichtje. Waar ze me kan vinden, vraagt ze. Ter hoogte van het veelkleurige zebrapad, antwoord ik en op mijn vraag waar zij uithangt, krijg ik te lezen dat ze op het toilet van de stad Gent zit. Nou, dat begint goed! 

Nog beter wordt het wanneer ik plots ook de mannelijke helft van ons gezelschap zie opdagen en Jan heeft zijn fototoestel reeds in de aanslag. Het is dank zij hem dat jullie op onderstaande foto kunnen ontdekken waar die Gentse toiletten zich dan wel mogen bevinden.  



Zie, hoe Ingrid komt nedergedaald.


De begroeting is hartelijk, de sfeer zit er onmiddellijk in en dank zij de windeieren die Ronny naar de arme Klaren heeft gebracht, is de wind reeds volop bezig de wolken van voor de zon te blazen. 

Blijkt nu dat de heren reeds een uur vroeger dan afgesproken met hun fototoestel aan het ronddwalen zijn geweest. Ja, ja, ... fotograferen is een echte passie. 

Maar we zijn hier nu wel veel te vroeg en dus is de vooraf uitgekozen plek with a view voor onze koffiebabbel nog niet geopend. Onze eerste "pech" van vandaag. 

 

Het Krookcafé zit nog potdicht ...

 

Gelukkig is er een koffiehuis in de buurt dat al wél de deuren open heeft. Gauw even de trappen van de Krook afdalen, ...

 

... op een rappeke een kiekje nemen...
 

en dan is er koffie. Maar wacht nog eventjes, eerst een fotootje maken! 

 

 


 

Het grote voordeel om zo'n jaarlijkse wandeling uit te mogen stippelen, is dat ik zelf nog heel wat nieuwe dingen ontdek in de stad waar ik ooit in het huwelijksbootje klauterde en waar zoonlief geboren werd. Tijdens onze koffietijd ontvouw ik de plannen van vandaag. Op mijn vraag of iedereen zijn propere sokken heeft aangetrokken zoals ik vooraf had aangegeven, antwoordt Jan dat hij zelfs een propere korte broek in zijn rugzak heeft zitten.

"Laat die korte broek maar in jouw rugzak zitten Jan, want ik heb een ontdekking gedaan waar een korte broek niet bij past". 

Vandaag zullen wij immers de Tevid Moskee bezoeken. 

Vermits Jan me verteld had dat hij heel graag het Dr.Guislain Instituut een keertje zou willen fotograferen en ikzelf het instituut langs de achterzijde nog nooit had gezien, had ik op een dag en bij wijze van voorbereiding het plan opgevat de tram tot aan het Van Beverenplein te nemen. Zodoende ontdekte ik de moskee. Maar aangezien ikzelf niet zo thuis ben in moskeeën heb ik er - vooraleer ik op prospectie durfde te gaan - wat informatie over ingewonnen aan de grote leestafel van de bibliotheek van mijn woonplaats. Daar zit immers regelmatig een super vriendelijke man van Turkse oorsprong net als ik graag in het krantenaanbod te snuisteren en hij wist me te vertellen dat we er zeker welkom zouden zijn met onze fototoestellen. Zekerheidshalve ben ik ook nog een tweede keer ter plekke gegaan en ook toen werd me heel vriendelijk verteld hoe welkom we zouden zijn.  

Onze schoenen zullen we er wel moeten uittrekken maar dat is voor niemand een probleem behalve een beetje voor Ronny dan die schoorvoetend opbiecht dat hij last heeft van zweetvoeten. 😂

We trammen dus nu richting het Van Beverenplein, rijden in eerste instantie het Dr.Guislain Instituut voorbij en het gezelschap kan nu al niet wachten om er in de ommuurde trambedding alvast de streetart te fotograferen. Zelf doe ik dit ook, maar dan wel op mijn manier. 

 


I did it my way !

 

De Tevid Moskee

Zo nieuwsgierig als ik ben naar de verschillende uitingen van onze multiculturele samenleving, zo ontgoocheld word ik wanneer we de smalle oprit naar de Tevid Moskee komen opgewandeld. Een eerste foto wordt genomen. Zelf heb ik vandaag enkel mijn iPhone bij me want uitgebreid fotograferen én gidsen, dat lukt mij sowieso niet. Maar de anderen hebben hun dure camera's mee en die vallen natuurlijk meteen op. 

 

Op mijn eerste communiezieltje:  meer zicht dan dit hebben we niet op foto.
 
 
Tot tweemaal toe ben ik ter voorbereiding hierheen gekomen, tot tweemaal toe ben ik heel vriendelijk te woord gestaan maar vandaag is dat helemaal anders. De eerste klik van een fototoestel is nog niet weg geëchood of er komt een hoogst onvriendelijke man naar ons toegestapt. In eerder gebrekkig Nederlands en vrij agressief verbiedt hij ons ook maar één foto te nemen want hij kent dat ... wij gooien heel zeker naderhand alles op Facebook  en Instagram en daar moet hij niet van weten.
 
Ik ben zowaar van mijn melk, vertel de man dat mij heel andere dingen zijn beloofd maar hij wilt van geen lieveheren weten. Een gesluierde dame komt er ook bij en een telefoongesprek met Joost mag weten wie, wordt gevoerd. Zelf bel ik dan ook maar naar mijn leesbuddy van de krantentafel met de vraag of hij even met de geagiteerde man wilt praten. Er wordt in het Turks over en weer gediscussieerd. Het mag echter niet baten. Uiteindelijk mogen we wel naar binnen maar fotograferen is strikt verboden. 
 
Maar eerlijk, niemand van ons heeft er nog zin in. Mijn gezelschap heeft zich zelfs al een eindje terug getrokken. Zij willen hun fotocamera's zeker niet in welk soort strijd dan ook, gooien.  
 
We druipen af, de gesluierde dame volgt ons nog even op de voet zeggende dat we wel een kijkje mogen nemen. We bedanken er echter voor, we voelen ons hier immers niet welkom en dat werkt natuurlijk niet uitnodigend. 
 
Wat een afknapper! 
 
 
Zelfs 166 jaar na zijn dood, bezorgt Dr. Guislain mij de nodige rust. 
 
Vroeger dan voorzien, zakken we dan maar af naar het Psychiatrisch Centrum dat Jan zo graag wilt fotograferen. 
Jozef Guislain is de eerste Belgische arts geweest die oprecht begaan was met de mentaal zwakke medemens en er een punt van maakte om hen een menswaardige behandeling te geven door hen op te vangen in een rustige omgeving die de patiënten de indruk van vrijheid en veiligheid kon bieden. 
Guislain was een telg uit een architectenfamilie en was zodoende van jongs af aan vertrouwd met de tekentafel. Hij had dan ook een zeer duidelijke visie van hoe het Psychiatrisch Centrum dat hij met de hulp van de Broeders van Liefde hier wist te bouwen, er moest uitzien. 
 
Het geheel moest in ieder geval een landelijk karakter hebben want natuur brengt rust en de gebouwen mochten  zeer zeker niet niet de indruk van opsluiting en gevangenschap wekken. Daarom kregen de vensterramen geen tralies, ze moesten open kunnen al moest alles natuurlijk wel veilig blijven. Guislain ontwierp daarom een houten raamwerk weliswaar met ijzeren spijlen.
 
 

 
 
Wat opzoekingswerk over het gebouw en de therapeutische visie leert mij dit : 

Alles in de instelling heeft zijn functie: de landelijke inplanting brengt gezonde lucht als alternatief voor de 19de-eeuwse stad die moreel en fysiek vervuilt. Contact met de natuur brengt de mens terug in evenwicht: handenarbeid, werken op de velden van de boerderij en de binnentuinen behoren tot de basistherapie omdat ze de zintuigen prikkelen. Daar komt de patiënt in contact met geuren, de warmte van de zon, de frisheid van de wind, mist of sneeuw, het gezang van vogels... De zuidelijke voorgevel zorgt voor een maximale zon op koeren en tuinen, de lichtinval in de lokalen is gepland volgens de functie van de lokalen: slaap-, eet- of werkplek.

Het instituut is nog steeds een psychiatrisch ziekenhuis al huizen de patiënten nu in moderne gebouwen. Het oorspronkelijke gebouw wordt thans benut als museum van de psychiatrie waar zeer regelmatig kunsttentoonstellingen worden georganiseerd. Want ook het beoefenen en bekijken van kunst brengt mentale rust. 

Na het debacle bij de moskee voel ik me nogal overprikkeld maar geloof het of niet hier voel ik vrijwel meteen de rustgevende weldaad die Dr. Guislain voor ogen had. Terwijl ik de anderen de ruimte geef om zich fotografisch uit te leven, geniet ik van de binnentuin, de heerlijke geur van de in bloei staande lavendel en binnen de kortste keren ben ik weer helemaal zen. 




Een goed fotograaf (en dat is Ronny zeer zeker) voelt haarscherp de dingen aan en weet ze ook in beeld te brengen. Dat ontdek ik pas later wanneer ik zijn fotocollectie van vandaag te zien krijg. 

 
Inderdaad Ronny, die rust had ik even nodig

 

Het Rabot: de arc de triomphe van Gent 

 


 

Maximiliaan van Oostenrijk (de opa van Keizer Karel V) werd dank zij zijn huwelijk met Maria van Bourgondië hertog van Bourgondië. Toen zij in 1482 stierf en hun zoon Filips de Schone nog lang niet meerderjarig was, werd hij in afwachting Regent van Vlaanderen. Als dusdanig probeerde hij zichzelf flink wat aanzien te verschaffen door bijvoorbeeld de stad Gent te willen veroveren. Hij bestudeerde de contouren van de stad en ontdekte dat ze een zwakke plek had in haar vesting. Komende vanuit de richting van Evergem dacht de keizer dat het een koud kunstje zou worden om de stad in te nemen. Maar dat was buiten de trotse Gentenaren gerekend die zich met alle mogelijke en onmogelijke middelen verdedigden. Maximiliaan moest zodoende met schaamkaken afdruipen en dit tot grote vreugde van de stedelingen. Bij hen  groeide echter meteen het besef dat een betere beveiliging noodzakelijk was en dus begon men vrij snel na de aftocht van de keizer aan de bouw van het rabot dat meteen ook gehuldigd werd als een soort arc de triomphe. 
Jammer genoeg keerde Maximiliaan een jaar na de bouw van de vestingssluis boven de Lieve naar Gent terug en deze keer had hij zich blijkbaar beter voorbereid. Kortom, de Gentenaren moesten nu dan toch het onderspit delven. De keizer eiste dat het Rabot zou worden afgebroken. Dit werd door de koppige Gentenaren echter pertinent geweigerd al moesten ze daar wel een flinke smak geld voor neertellen.
Het Rabot is de dag van vandaag nog de enige stadspoort van de middeleeuwse vestingstad die nog overeind staat. 
Van zo'n historisch belangrijk monument wil je toch een paar kiekjes nemen, denk je dan. Maar Jan ontdekt op een muurtje een stel achtergelaten koperen koppelstukjes voor sanitaire leidingen en waar kiest hij voor ? 
 
Juist ja! Zelfs Ronny kan zijn ogen niet geloven.

Ik kies dan ook maar voor het koperwerk.

 
Het Oud Begijnhof Sint-Elisabeth  
 
Plattegrond van het oude begijnhof zoals het hier boven mijn secretaire hangt.

 

Omdat het Oud Begijnhof niet meer ommuurd is en grote delen ervan gewoonweg verdwenen zijn, maakt de site nu gewoon deel uit van de stad. Toch blijft de sfeer er uniek. Het werd gebouwd vanaf 1234 en groeide uit tot een heuse "begijnhofstad" waar het verhaal van de begijnenbeweging volop vorm krijgt. Hier ontplooide zich één van de vroegste vormen van vrouwelijke emancipatie. In een tijd waarin vrouwen nauwelijks zelfstandigheid kenden, kozen begijnen voor een onafhankelijke levenswijze buiten huwelijk en klooster.

 




Het zicht, vanuit vogelperspectief, op het Sint-Elisabethbegijnhof en de Sint-Elisabethkerk dat boven mijn secretaire hangt, is van Pieter Wauters en dateert van ergens tussen 1760 en 1767. De aandachtige kijker ziet rechts in de bovenhoek het Rabot. Kun je nagaan hoe groot dat begijnhof ooit geweest is!

Na de Franse Revolutie en met de toenemende industrialisering en het groeiende liberale denken, werden de begijnen gedwongen te verhuizen naar een nieuw daartoe gebouwd begijnhof in Sint-Amandsberg. Als was het in een processie trokken ruim 150 jaar geleden meer  dan 600 begijnen naar hun nieuwe thuis buiten de stad. Deze historisch gebeurtenis werd in 2024 feestelijk herdacht.  

Maar nu krijgen wij toch stilaan honger en dus zakken we via de Burgstraat af naar het Sint-Veerleplein waar in restaurant Neptune een tafeltje voor ons gereserveerd staat. Ik heb de dingen zo geregeld dat we nog even de tijd hebben om de mooie kerk van de Ongeschoeide Karmelieten binnen te wippen. Maar verdorie ... wat is dat nu? De kerk zit potdicht. Nooit eerder heb ik de deuren op dit uur van de dag dicht geweten. Uitgerekend vandaag wél. Wat een pechdag!  

Gelukkig smaakt de lunch heerlijk en hoewel we intussen behoorlijk moe zijn geworden, heeft Jan toch nog de tegenwoordigheid van geest om de groepsfoto van de dag te maken. Waarvoor dank! 




Of we nog de energie over hebben om wat streetart te bewonderen, vraag ik mijn gezelschap na de lunch. Het is niet ver hoor. Maar wel de moeite.
 
Maar omdat ik Gent echt zo'n prachtige stad vind, wil ik hen in al mijn enthousiasme toch ook nog eerst even het ponton aan de Oude vismijn laten opwandelen. Je hebt daar immers zo'n mooi zicht op het water en de stad.  
 




 
En dan stappen we het Gewad in. Dat hebben we tijdens onze allereerste samenkomst ook al een keertje gedaan maar we zwalpen deze keer wel verder rechtdoor om dan links wat af te dwalen en kijk nu toch eens welk een mooi werk hier te bewonderen valt! 
 
De batterij van mijn iPhone is intussen zo goed als plat dus vanaf nu fotografeer ik niet meer. Gelukkig mag ik van de anderen wat materiaal gebruiken zodat ik de lezer (en zeker ook Elke)  toch nog het werk van Cee Pil kan laten zien.
 
 
De "dierentuin" van Keizer Karel gezien door het oog van Cee Pil (en de lens van Jan)
 
 
Het is niet alleen aan Trump gegeven hoor. Bluffen en stoefen is van alle tijden en zeker bij hen die menen middels hun macht indruk op anderen te moeten maken. 
Het zat bij Karel V blijkbaar in de genen. 'n Privé dierentuin aanleggen, bleek in ieder geval binnen zijn familie dé manier bij uitstek om gasten de ogen uit te steken. En vermits dit achterafstraatje ook deel uitmaakt van waar ooit het Prinsenhof stond, kwam Cee Pil hier op het idee om leeuw en beer vakkundig in elkaar te verweven. In de tuin van de Ongeschoeide Karmelieten staat trouwens nog de zogenaamde leeuwenkooi. Alleen jammer dat de paters niet echt gastvrij zijn en je van die tuin of hun klooster niets te zien krijgt. Vandaag zelfs van hun kerk niet! 
 
We wandelen (bij mij begint het stilaan op strompelen te lijken) verder doorheen het voormalige Prinsenhof. Gent heeft zalig veel leuke, nauwe straatjes en hoewel ik hier toch regelmatig een keertje kom, kan ik de weg toch niet echt blindelings vinden. Dus even nadenken om zeker het Noorden niet kwijt te geraken.  Ik wil immers ook nog even naar het Patershol want daar werd pas na ons eerste bezoek nu al een paar jaar geleden, een prachtig kunstwerk gemaakt als eerbetoon aan wijlen Luc De Vos, de frontman van Gorki. 
 
Maar eerst duizel ik het legendarische Tinnenpottheater voorbij dat jammer genoeg op 30 juni a.s. de deuren definitief zal sluiten. Nu staan ze echter nog even uitnodigend open. 
 
 

 
 Ik wijs ons gezelschap ook op het privémuseum van keramiekkunstenaar Frank Steyaert ...
 
 
 


en we steken vervolgens heel even ons hoofd binnen in de Kunsthal.Daar loopt momenteel immers de interactieve tentoonstelling "Untitled (plot for dialogue)" waarvoor de New-Yorks-Berlijnse kunstenaar Asad Raza de zaalkerk heeft getransformeerd tot een tennisveld. 
 
 

 
Er zit een hele filosofie achter het werk maar naast mij hoor ik Ronny brommen : Wat ze tegenwoordig toch allemaal kunst noemen!
 
Geef hem dan maar de prachtige beeltenis van Luc De Vos die we even later in Oudburg spotten. Het werk is schitterend en groots maar valt heel moeilijk in een fototoestel te proppen. Enfin ... in het mijne toch niet. Maar Ingrid weet er dank zij haar breedbeeld lens en haar onmiskenbaar talent een knappe foto van te maken. (Zie ook de kopfoto). 
 
 
Bericht voor de insiders: *
 
Met de beste wil van de wereld ... mijn pijp is uit en ik denk niet alleen de mijne. 
Dus drinken we nog even een verfrissing in de binnentuin van het Huis van Alijn. 
 
 
Echt heel fris zien de anderen er ook niet meer uit 😏

 
 
Maar eerlijk gezegd, ook mijn schrijverspijp is uit. Voor het ontstaan van het Huis van Alijn dat thans als museum is ingericht, laat ik dus graag het woord over aan ChatGPT in de hoop dat die mij niet in de maling neemt zoals met rector Petra de Sutter is gebeurd.
De Middeleeuwse Oorsprong: Een boetedoening
  • De Bloedvete: In de 14de eeuw woedde er een hevige vete tussen de vooraanstaande Gentse families de Alijns en de Rijms. 
  • Moord: In 1354 vermoordden de broers Simon en Goswin Rijm twee broers uit de Alijn-familie (Hendrik en Seger) in de toenmalige Sint-Janskerk. Omdat dit plaatsvond in een kerk (heiligschennis) en het slachtoffer bovendien een schepen was, werden de Rijms zwaar gestraft.
  • Stichting van het Hospitaal: Als boetedoening én om wraakacties definitief te stoppen, werd de Rijm-familie verplicht om in 1363 een godshuis op te richten: het Kindren Alijns Hospital. Dit diende als opvang voor zieken, ouderen en arme reizigers
 
 
Met een laatste krachtinspanning wandelen we nu terug naar de Zuid. Het einde van de dag lonkt. Of zullen we toch nog even het hoofd van David Bowie gaan bewonderen? 
Daar, om de hoek even de berg opklauteren ... meer is het niet. 
 
We puffen ons een weg naar boven om dan de grootste ontgoocheling van de dag mee te maken. Het is toch niet waar zeker! Welke snoodaard heeft de muur met het hoofd van David Bowie helemaal wit geschilderd? Echt, het kan nog maar pas gebeurd zijn. De hoogtewerker staat nog ter plaatse en het ruikt hier bij wijze van spreken nog naar natte muurverf. 
 
Hoeveel pech kan een mens eigenlijk hebben? 
 
Dan maar hier en nu en met een laatste krachtinspanning een troostende foto uit mijn hoed toveren. Hocus Pocus pats.
 
 
Tadaaaaa 

 
Gelukkig heeft Luc De Vos gelijk gehad : 
 
 
Niemand gaat verloren. 
 
 
 
Met dank aan Ronny Van Loock, Ingrid Claeys en Jan Maeyens voor de foto's die ik van hen mocht gebruiken.  

Reacties

Anoniem zei…
An, ik was direct weer op stap met je, bedankt voor dit sprekende verslag!

Populaire posts van deze blog

My name is Luc(c)a

Over Wetterse Pauwkens en nylonkousen

Het Siena van Wout Van Aert (tweede verslag van onze reis doorheen Toscane)