Een bloedheet stukje Tour de France



Toen afgelopen winter het parcours van het jaarlijkse Franse wielercircus werd voorgesteld, hadden we er geen idee van dat de zomer van 2026 de lange hete zomer van vijftig jaar eerder zou evenaren ja misschien zelfs overtreffen. 
En als het even kan, pikken wij wel graag een keertje een rit of twee van de Tour mee. Dus wanneer Karl Vannieuwkerke tijdens de live verslaggeving van de Ronde van Vlaanderen aan José De Cauwer verklapt dat op 15 juli de tafel van Vive le vélo op het domein van Chateau Planckaert zal staan, weten we meteen welke rit we zullen uitkiezen. 

Het is ook bij ons bloedwarm wanneer we op zondag 12 juli op het middaguur vertrekken. Het lijkt ons desondanks het ideale moment om te vertrekken. Het huis is aan kant gezet en Sjarelke wordt aan de liefdevolle handen van de buurvrouw toevertrouwd. Bovendien is er op de baan nu weinig verkeer. In Frankrijk zelfs helemaal geen vrachtwagens op zondag! 

Traditiegetrouw rijden we langs de tussendoor wegen zoals de Bison futé bij extreme drukte graag als alternatief voorstelt. Vandaag is het echter helemaal niet druk. Maar hier hoeven we geen tol te betalen en kunnen we onze ogen de kost geven aan al het fraais dat we voorbij rijden. We zijn ook helemaal niet gehaast.
 
 

 
 
Ach wat is Frankrijk toch steeds verrassend mooi! Dat prachtige vergezicht, de verlaten boerderij en ingevallen schuur, de artistiek kronkelige boom in het opgedroogde weiland, de ree die de rijbaan oversteekt, ons ziet naderen en van de weeromstuit zich omkeert en terug naar af rent  ...  ik zou alles willen fotograferen maar het is er gewoonweg veel te heet voor en bovendien kunnen we nu ook weer niet om de haverklap halt houden. 
 
Dat doen we wel in Senlis want bij beiden doet de naam van de stad een belletje rinkelen alleen weten we niet zo meteen welk belletje. Dus laat ons maar even gaan kijken. Ach ja, natuurlijk ...  hier zijn we reeds een keertje geweest! 
 
 

 




 
 
Hoewel het zondag is zijn de boeren volop bezig met het oogsten van her rijpe graan. 
 
 

 
Pikdorsers stuiven dat het een lieve lust is. Je zou er zowaar stoflongen van krijgen. Maar de omgeving ruikt wel lekker. 
 
 

 
Ter hoogte van de vallei van de Somme.oogt het landschap minder idyllisch. Kerkhoven van gesneuvelde frontsoldaten uit De Groote Oorlog liggen er kwistig over de akkers en weilanden gezaaid. Intrieste dodenakkers zijn het. 
 
 

 
 
Naarmate we zuidelijker gaan, valt het ons op hoezeer Frankrijk reeds te lijden heeft gehad onder de droogte en de hitte. Soms lijkt het wel alsof wij doorheen een woestijnlandschap rijden. De zeemkleurige koeien vallen nauwelijks op in de gele weiden. 
 
 

 
 
Het is voor ons ook niet echt evident om een veilige, schaduwrijke én rustige plaats voor de nacht te vinden. De parkeerplaatsen bij de ingangen van de bossen zijn vrijwel allemaal met rood/wit linten afgesloten. De bossen zijn "fermé". Maar eerlijk gezegd slapen we deze keer toch ook niet graag in een bosrijke omgeving. De bomen zien er nog wel mooi groen uit maar de varens, grassen en bodembedekkers zijn helemaal geel en opgedroogd ... lijkt ons dus helemaal niet veilig. 
 
Helaas leert de app voor camperplaatsen ons dat er helemaal geen plek in de buurt is om met onze campervan rustig te kunnen overnachten. We dolen dus maar wat rond tot we in Villeneuve de Comte uiteindelijk dan toch een min of meer schaduwrijke plek vinden in de buurt van een tennisclub. Het is er zo rustig en het voelt er zo veilig dat we de nacht doorbrengen met alle vensters en met de deur wagenwijd open. Een bries koelt de boel af, binnen de kortste keren lig ik in dromenland naast mijn bodyguard. 
 
 

 
's Anderendaags zijn we nog maar net vertrokken richting Fontainebleau of we horen in de camper een zeer opvallend geluid dat van alle kanten lijkt te komen. Vermits deze camper nog betrekkelijk nieuw is voor ons, kunnen we dit geluid helemaal niet thuisbrengen. Wat is dit? Is er wat aan de hand met de airco? Blijkt dat het een langdurend alarmsignaal is dat via onze iPhones wordt uitgezonden. Het bos van Fontainebleau staat in lichterlaaie en vermits wij die richting uitrijden, ontvangen wij beiden dit oorverdovend signaal en bijhorende tekst. 
 
 

 
 
Gelukkig zien we op dit ogenblik van die brand helemaal niets, enkel wat brandweerwagens die in de richting van het brandende bos rijden. Zelf veranderen wij uiteraard van koers.
Achteraf zullen we vernemen dat de brand werd aangestoken en dat 900 gezinnen moesten geëvacueerd worden.Wanneer we vier dagen later terug huiswaarts keren, zullen we rookpluimen uit het bos zien komen. De brand is dan nog steeds niet geblust.  
 
Naarmate de voormiddag zich verder ontvouwt, lijkt de hitte zo mogelijk nog zwaarder dan gisteren. De thermometer flirt tussen de 37 en de 38 graden. Ik voel me misselijk, duizelig, mottig, ... Het enige wat we vandaag écht kunnen doen, is rijden en genieten van de airco in de camper. Maar van zodra we buiten even een luchtje willen scheppen of de benen een keertje willen strekken, voelt de lucht aan alsof die van lood is. En zeggen dat ergens in deze hitte een peloton over de heuvels en de dalen aan het koersen is!
 
We rijden nochtans heel mooie plekjes voorbij die ik toch graag wil fotograferen maar ik beperk mij tot wat mijn lieverd ook de moeite van een stop waard vindt. Zoals in La Celle-sur-Loire bijvoorbeeld waar een dame - blijkbaar bevangen door de ondraaglijke hitte - eerder verdwaasd en op levensgevaarlijke wijze de weg oversteekt net op het ogenblik dat een wagen komt aangereden. Er rijden er hier nochtans niet veel.  
 
 

 
Gietijzeren plaque de cocher (midden 19de eeuw)
  
Ook voor ons is de hitte er veel te veel aan dus wij duiken terug de camper in en rijden nu non-stop naar Nevers waar op woensdag de eindmeet van de elfde etappe van de Tour zal liggen.
 
Maar hitte of niet, in Nevers willen we toch graag halt houden voor een korte wandeling in de prachtige stad en voor een verfrissing op een schaduwrijk terrasje. Al meteen bij het uitstappen van de camper weten we wat we als eerste activiteit gaan doen ... de verfrissing! 
 
 

 
Veel volk blijkt er op het terras niet te zitten. Wel twee Vlaamse dames uit Schoonaarde die ook naar Frankrijk zijn gekomen om een groot stuk van de Tour de volgen. Nevers hebben ze intussen van binnen en van buiten reeds bekeken. Blijkbaar kunnen zij beter tegen de hitte dan wij. Het plannetje van de stad dat ze in de toeristische dienst hebben opgehaald en waarop een wandeling langsheen de belangrijkste bezienswaardigheden staat uitgestippeld, krijgen we van hen cadeau. Ach .... hoe sympathiek toch! 
 
 
Godverdegodver ....


 
Toch slagen we er in de totaal verkeerde kant uit te wandelen, dus de kathedraal (die ook door historicus en meesterverteller Bart Van Loo op zijn social media wordt aangeprezen) vinden wij niet. Laat staan dat we het stoffelijke overschot van Bernadette Soubirous te zien krijgen. Het lijkt wel alsof onze hersenen niet meer willen functioneren bij deze extreme temperaturen en vermits we sowieso geen van beiden een bijzonder goed oriëntatiegevoel hebben, zegt mijn lieverd dan maar FOERT en plooit hij het plannetje op zodat het keurig in zijn achterzak past. 
 
Weet je wat ... laat ons genieten van de versieringen die zijn aangebracht omwille van de tour. 
Goed idee!  
 






 
Hoewel het een prachtige stad is, blijven we niet lang in Nevers. De hitte lijkt er zowaar uit de straatstenen op te stijgen. We zullen de stad eens op een andere keer uitgebreid bezoeken. Wanneer de stenen er uit de grond vriezen, bijvoorbeeld. 
 
Behoorlijk moe als ik intussen geworden ben, willen we nu toch stilaan uitkijken naar een plekje voor de nacht. Genietend van al het fraais bemerk ik een wegwijzer naar Chateau du Riau. Hé, misschien is daar in de buurt wel een leuke plaats waar we kunnen overnachten.
 
Ter hoogte van het kasteel wordt het ons echter meteen duidelijk dat we hier de nacht zeker niet zullen kunnen doorbrengen. De toegangspoort die ons naar een parking zou kunnen leiden, valt immers behoorlijk smal uit waardoor een passage zonder hierbij schrammen en deuken op te lopen, niet zeker is. Dan maar niet, al willen we wel even een kijkje gaan nemen en al zeker omdat een infobord ons vertelt dat het kasteel momenteel open is. Het kasteel zelf bezoeken hoeft niet vermits de vermoeidheid intussen voor mij te groot is geworden maar zo op een rappeke even de omgeving bewonderen en fotograferen moet lukken.
 
Het eerste wat mij opvalt is de prachtige tiendenschuur. Een dergelijke historische schuur werd tijdens de middeleeuwen en het ancien régime gebruikt om er de belastingen in natura in onder de brengen. Boeren en pachters waren verplicht om één tiende van hun jaarlijkse landbouwoogst af te staan aan de kerk, een klooster of een lokale kasteelheer. Vandaar ook de benaming. Dat is wat anders hé dan onze jaarlijkse Tax-On-web administratie !
 





 
Omdat we nergens een onthaalkantoortje of ticketbureau zien, durven we niet het eigenlijke kasteeldomein te betreden. Van op afstand neem ik wat foto's van de omwallingen, de donjon, de grachten, de koeien ginds op het droge veld, de 300 jaar oude lindeboom op de binnenplaats. 
 
 

 





Terwijl ik daar mee bezig ben, verschijnt een man in korte roze broek aan de zijdeur van het kasteel en hij komt onmiddellijk naar mijn lieverd toegestapt. Of wij deel uitmaken van de groep bezoekers die hier zo dadelijk zal arriveren? Heu, nee, zegt mijn lieverd naar waarheid. Blijkt dat het kasteel enkel in groep kan worden bezocht en dat je zo'n bezoek telefonisch en op voorhand  moet aanvragen. De man is niet echt vriendelijk, we bevinden ons plots op privé-domein. Van mijn erf ! 
 
Wij voelen ons als stoute bengels maar echt logisch lijkt het ons toch allemaal niet. Het is pas op dat "privé-domein" waar wij nu worden weggejaagd dat je de tarieven voor een bezoek en het telefoonnummer om zo'n bezoek aan te vragen, kan ontdekken en wel onder de monumentale kasteelpoort. Niet aan de straatkant dus en een heel stuk voorbij de tiendenschuur. 
 
Godverdegodver ...


 
Gelukkig voor ons ontdekken we op de camperapp een hele fijne camperplaats.in Moulins.  Net op het ogenblik dat wij er arriveren zet aan de overzijde van de overnachtingsplek een man zijn vensterraam en de volumeknop van zijn televisietoestel wagenwijd open voor een WK-voetbalmatch die zo dadelijk zal gaan beginnen. 
 
Zelf houden wij het liever rustig en genieten wij van deze leuke plek aan de mooie vijver waar tientallen zwaluwen hun dorst komen lessen. Wij de onze ook! 
 
 

 

 

 

 
Morgen is het quatorze juillet. De Fransen hebben de gewoonte om al van de avond tevoren hun nationale feestdag in te luiden met vuurwerk. Maar vanavond blijft het stil en dat is maar goed ook. Bij deze droogte is het onverantwoord (en wellicht ook verboden) om vuurwerk af te steken. 
 
's Anderendaags rijden we de Allier over. Moet je eens kijken hoe droog de "wilde" zijrivier van de Loire er bij ligt. 
 
 


Vermits morgen de rit naar Nevers wordt verreden, willen wij nu toch een gezellig plekje zoeken ter hoogte van de enige helling die de etappe telt. Die gezellige plek vinden wij in Billy-Chevange. Behalve één enkele camper staat er nog niemand en dus hebben wij keuze te over om ons onder en tussen een paar boompjes te laveren op zoek naar schaduw. Wat verderop in een veld aan de overkant, zijn een handvol locals volop bezig met het aanleggen van een kunstige versieringen goed voor filmbeelden vanuit de helikopter.
 
 

 
Vandaag kies ik er voor om onwijs lui te zijn. Dus ik nestel me met een boek in de schaduw van een boom. 
 

 
 
Het is een ideale plek om ook de aangroei te zien van zij die net als wij hier morgen het peloton graag zien voorbij trekken. Stuk voor stuk zijn het rustige mensen die niet van plan zijn om een nachtelijk feestje te bouwen zoals de Hollanders op Alpe d'Huez zo graag doen. Oef! 
 
Mijn lieverd wordt binnen de kortste keren de rechterhand van onze onmiddellijke buurman uit Zottegem. Hij heeft in een aanhangwagen zijn motor meegebracht en heeft hand-en spandiensten nodig om die eruit en een paar uren later ook weer erin te krijgen. 
 
 

 
Zelf maak ik intussen een praatje met een man uit Nieuw-Zeeland. 
 
 

 
Hij blijkt de initiatiefnemer te zijn van "One Day Ahead". Liefst acht wielerliefhebbers uit Nieuw-Zeeland rijden zelf ook de Tour maar dan telkens een dag voor het profpeloton. Bedoeling is geld in te zamelen voor het goede doel. 
 
 

 
De man staat hier de renners op te wachten voor een lunchpauze. En ze willen allemaal zo graag gefotografeerd worden. Omdat ze fantaseren dat ik -Vlaamse zijnde- de mama van "Woet" van Aert ben, moet ik mee op de groepsfoto. 
 



 
 
Ik zal deze groep voor de rest van de Tour via hun social media blijven volgen. Ze zullen het nog behoorlijk zwaar krijgen in deze hitte! 
 
Intussen schiet het boeklezen niet echt op. Nog maar net zijn de Nieuw-Zeelanders opnieuw vertrokken of er daagt een Nederlands echtpaar op. De man is een gewezen ploegbaas van de RABObank ploeg. Hij praat als Brugman. Geen speld is er tussen te krijgen.
 
 

 
 
Kees is van mening dat Lance Armstrong een terechte zevenvoudige tourwinnaar is en blijft. In die dagen, zo houdt hij vol, gebruikte het ganse peloton doping. 
 
De nacht is warm en nogal wat campers komen zich alsnog nestelen. Echt heel diep slaap ik niet maar gelukkig hoef ik 's anderendaags geen poot uit te steken. Ik hoef  alleen maar te kijken hoe anderen dit wel doen, hoewel het voor de mannen die de nadarafsluitingen komen plaatsen precies toch ook te heet is. 
 
 
Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb, dan begin ik er beslist eens aan ....

 
Zelfs voor het middagmaal hoef ik niet te zorgen want reeds heel vroeg in de voormiddag komt iemand van het plaatselijke landbouwerscomité ons uitnodigen voor de pop-up-bar waar zelfs de mogelijkheid bestaat een "repas" te nuttigen.  
 
 
 
 
De reclamestoet gooit traditiegetrouw de gekende prullaria uit : petten, sleutelhangers, snoepjes, Franse vlaggen, droge worst, ... doe mij maar een bolletjestrui. 
 
 

 
 
De buurman heeft ook nog even mijn handige Harry nodig voor het aanbrengen van een reuzegrote Belgische vlag aan zijn camper maar daarna wordt het menens. 
 
 

 

 
 Enfin, het is te zeggen ...
 
De hitte heeft me intussen zo uitgeput dat ik toch maar op het bed ga liggen en ik, ondanks alle geroezemoes om mij heen, vrijwel onmiddellijk in slaap val. Tegen de tijd dat ik weer wakker word, staan een heleboel ploegwagens op het plein naast ons en medewerkers zijn volop bezig met het zo fris als ook maar enigszins mogelijk is, bevoorradingspakketten klaar te maken. IJsblokjes worden rond drinkbussen vastgemaakt. 
 
 




En dan is het wachten op de renners. Ik neem me voor wat verderop de weg te gaan staan want daar zijn de mannen van de bevoorrading intussen heen gestapt en van dat spektakel wil ik niets missen. 

Vier renners koersen voor het peloton uit. Julian Alaphilippe is er één van. 

 

Zoef, daar gaan ze. 

 

Even later volgt het peloton. Zoef, zoef, zoef ... en het hele circus mag weer worden afgebroken. Al die voorbereidingen voor een paar seconden topsport. En toch had ik het niet willen missen. 

 


 

Van zodra het kan en mag, vertrekken wij nu naar Lurcy-Lévis want vanavond zet de ploeg van Vive le vélo de tafel neer in de tuin van Chateau Planckaert en ook daar willen we bij zijn. 

We zijn ruim op tijd en we ontmoeten er alweer de dames die we ook op het terras in Nevers hebben ontmoet. Zij vertellen ons hoe ze de rit van vandaag in de buurt van een VIP-tent hebben gevolgd. En zoals dat met VIP's wel vaker het geval is, hadden velen van hen geen barst interesse in het koersgebeuren. Dus ook niet in de souvenirs die ze er hadden kunnen aan overhouden.Vele souvenirs bleven na de middag dan ook gewoon ter plekke als afval achter en een vriendelijke opruimer deelde dan maar de rommel uit aan wie wel interesse had. 

 

Een hebbeding, een verzamelitem, ... toch?!

 

We ontmoeten ook Mario (oud-collega van mijn lieverd) en Denise (diens echtgenote). Ook zij willen aanwezig zijn bij de live-uitzending. 

 


 

Vorig jaar waren wij er ook al een keertje bij. Bij Karl Vannieuwkerke en zijn ploeg, bedoel ik. . Dat was toen heel gezellig en fijn maar deze keer valt het dik tegen. Werden wij vorig jaar als koningen ontvangen, dan behoren wij deze keer bij het plebs.

 


 

De regisseur van het programma legt aan het ruim opgekomen publiek the do's and don'ts uit en vermits de familie Planckaert zelf reeds een heleboel VIP's heeft uitgenodigd, worden wij bij wijze van spreken net niet in de coulissen geïnstalleerd. 

 




 

Inhoudelijk valt de live-uitzending zelf ook dik tegen. Ten eerste is ze nogal kort aangezien het Wereldkampioenschap voetbal nog volop bezig is en er vanavond een belangrijke match wordt gespeeld. Bovendien wordt het programma voor de gelegenheid vooral een bewieroking van de familie Planckaert, een gniffelen om de strapatsen van Eddy en Eric Vanderaeden in hun glorietijd en een luisteren naar de mentale problemen van Junior. Over de rit van vandaag zelf wordt weinig gepraat. Een tegenvaller dus.

Maar het moet worden gezegd, het kasteel hebben ze mooi gerestaureerd. Nu de tuin nog ...

 




Hoewel de nacht op de brink in Lurcy-Lévis rustig verloopt, nemen we bij het ochtendgloren een kloek besluit. We bergen onze verdere reisplannen op en keren -omwille van de haast niet te dragen hitte- vroegtijdig naar huis terug. 

 


Op onze weg huiswaarts worden we opnieuw geconfronteerd met de bosbrand in Fontainebleau. Meerdere routes zijn gebarreerd en doen ons omrijden. In de verte zien we hoe het bos nog steeds brandt. 

 


 

Maar ieder nadeel heeft zo zijn voordeel. Op die manier ontdekken we dingen die we anders niet had ontdekt.

Vraag me niet in welke volgorde ik de volgende kiekjes heb kunnen nemen, ik weet het immers niet meer. 

 



Aubigny-sur-Nère
 
De Loire staat in Sully zo droog dat ze er dan maar een pop-up-strand van maken. 

Chateau de Sully-sur-Loire

 

 

Chateau de Bellegarde

 

Melun

Melun


 

And last but not least : het optrekje van de minister van Financiën ten tijde van Lodewijk XIV in Vaux-le-Vicome. 

 

 

En aangezien gesjoemel van alle tijden is, hangt hier een smeuïg verhaal aan vast. De minister van Financiën tastte voor zijn persoonlijke optrekje namelijk heel erg diep in de staatskas, liet bovendien drie dorpen afbreken om zijn tuintje aan te leggen en organiseerde een housewarming party voor een sliert VIP's waaronder uiteraard de Zonnekoning. Toen die het optrekje zag, viel zijn Franse frank. Dit kon zijn minister immers niet alleen uit eigen zak hebben opgehoest. Een financieel onderzoek werd gestart, de minister vloog achter de tralies en Lodewijk XIV sleurde de mooiste en duurste inboedel uit het kasteel naar buiten om er vervolgens zijn eigen Versailles mee in te richten. 

Hoe dan ook,deze prachtige plek vormt, een heerlijke laatste slaapplek en wel helemaal voor ons alleen voor we morgen terug thuis zullen zijn.  

 


 

 

 

 


 

 

 

 

 

 



 
 
 
 
 
 
 
 
 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Somewhere over the rainbow

Niemand gaat verloren

Over Wetterse Pauwkens en nylonkousen