Op de tekentafel van Turijn
Naast haar koninklijke verleden, heeft de stad Turijn nog wel een paar andere troeven die bij ons de interesse voor een bezoek opwekken.
Turijn is immers de bakermat van de Italiaanse Art-Nouveau, de zogenaamde Liberty Art. En laat ik nu erg verliefd zijn op die sierlijke bouwstijl. Ik ben dan ook razend benieuwd naar welke interpretatie de Italianen hebben gegeven aan deze bouwtrend aan het prille begin van de twintigste eeuw.
Op het plannetje met de verdomd kleine lettertjes staat een wandeling uitgestippeld langsheen de prachtigste Liberty-huizen die de stad rijk is. Eigenlijk hadden we die wandeling gisteren ook nog graag willen maken. Maar onze hectische tocht naar Il Palazzo Reale had ons zo moe gemaakt dat we dat plan tot vandaag hebben opgeborgen.(zie https://reiskriebelsinpakkenenwegwezen.blogspot.com/2022/05/over-christoffel-columbus-en-de.html)
Nu we weten waar we met de camper staan, ontdekken we dat die liberty-wijk eigenlijk niet veraf ligt dus een wandeling er heen moet lukken. Alleen jammer dat het deze nacht is gaan stortregenen en die regen blijft tot een flink stuk in de voormiddag verder storten. Een beetje bekomen van ons hachelijke avontuur van gisteren (een mens vergeet vlug) gokken we op een rit met de camper naar de te bezoeken wijk. Aai ! Hadden we niet moeten doen. In deze heksenketel is er geen doorkomen aan en wanneer we met veel moeite dan toch in de buurt van de Liberty-wijk komen, is er nergens maar dan ook nergens de mogelijkheid om de camper geparkeerd te krijgen. Mijn lieverd draait wat rondjes en rondjes maar neemt dan een kloek en daadkrachtig besluit : komaan, we zijn hier weg!
Met spijt in het hart verlaten we de wijk waarvan ik juist geteld én op een zeer, zeer rappeke één enkel stukje van de Liberty Art heb gezien.
Wel erg verfijnd én gracieus, vind ik. Het maakt de spijt des te groter..
Maar kom … niet getreurd. Turijn heeft nog een andere troef en voor die troef mag het wat ons betreft, regenen dat het giet!
Turijn is immers ook de bakermat van de Italiaanse automobielindustrie en laat de stad nu ook nog eens een prachtig automobielmuseum hebben.
Eens wat anders dan schilderijen en beeldhouwwerken bekijken, vindt mijn lieve autokenner. Ik gun hem dit bezoek dan ook van harte! Vooral ook omdat het museum op de lijst staat van de 50 mooiste musea ter wereld. Amaaaaai … daar kijken we echt wel naar uit.
Nu zou je toch wel denken dat zo'n museum met internationale allure keurige bewegwijzering doorheen de stad heeft én dat er een gigantische parking bij het complex hoort. Niets echter van dit alles en wanneer we het museum eindelijk vinden en wegens geen mogelijkheid tot parkeren ook voorbij rijden, duurt het nog een tijdje eer we de camper ergens kunnen achterlaten. Ver kan het niet zijn, zegt mijn lieverd, maar laten we veiligheidshalve toch maar met de fiets gaan. Het is intussen gelukkig min of meer opgehouden met regenen maar dat is zo ongeveer de enige meevaller. Hoewel we het zonet nog zijn voorbijgereden, lijkt het museum immers spoorloos te zijn verdwenen. Een eerste voorbijgangster wordt aangeklampt maar de dame lijkt het in Keulen te horen donderen. Een museum? Hier? Ze begint haar hele leven te vertellen … althans zo lijkt het er toch op want van haar Italiaans begrijpen we geen gebenedijd woord. Ach … was mijn nichtje Liesbet nu maar hier … ze zou vast en zeker een goede tolk voor ons kunnen zijn. Na drie andere pogingen spreken we uiteindelijk een man aan die een beetje Engels begrijpt en ook spreekt. Volgens zijn app bevindt het museum zich op zo'n 13km afstand. Maar dat kan toch niet?! We zijn het zonet nog voorbij gereden! Wie weet is deze man wel een nazaat van Christoffel Colombus – hij lijkt er zelfs een beetje op – in dat geval hebben wij natuurlijk geen boodschap aan zijn beweringen. (Mor Pol ...'t is een graptje hé!)
Trouwens, hoe komt het toch dat zo'n wereldvermaard museum hier door niemand blijkt gekend te zijn?
Afgaande op ons eigen gevoel hebben we het Museo Nazionale dell'Automobile dan toch gevonden. Gelukkig! Want inderdaad : wat een prachtig museum. Dus onbegrijpelijk eigenlijk dat de mensen in de omgeving het niet lijken te kennen.
Er valt nochtans niet naast te kijken. De inkomhal alleen al is gigantisch groot en de paar auto's die er staan, lijken te verdwijnen in de ruimte. Voor de amateurfotograaf is dit trouwens een heel fijn automuseum. Je kan er immers blitse wagens en oldtimers fotograferen zonder dat een stuk bumper of wiel van een andere wagen mee in beeld komt. Dat is in het automobielmuseum in Brussel bijvoorbeeld wel even anders.
Maar hier is ruimte zat. En werkelijk elk aspect van de wagen komt aan bod. Van de tekentafel tot de lopende band … van het allereerste auto-idee van Leonardo Da Vinci tot de supersnelle bolides, van de super chique klassewagen tot de auto van Jan met de pet.En wat te denken van de sierlijke rijtuigen die niet langer door paarden werden voortgetrokken maar door een stoommachine?
Omdat we deze voormiddag de Italiaanse versie van de Art Nouveau hebben gemist, doet het me veel plezier de frivole design ook hier in de wereld van de Oldtimers te vinden.
Bijna filosofisch wordt ons bezoek wanneer – nu de klimaatveranderingen aan bod komen – het voortbestaan van de wagen in gevaar wordt gebracht.
Want – zoveel is duidelijk – ooit begon het allemaal met de constructie van een elektrische wagen : schier onbetaalbaar en bovendien gebeurde de aandrijving met schaars goed. Van de idee om de auto elektrisch aan te drijven werd dus vrijwel meteen afgestapt.
Meer dan een eeuw later liggen andere plannen op de tafel. De cirkel lijkt helemaal rond te zijn. Autorijden wordt in de toekomst wellicht een zaak voor de happy few.
De Volkswagen kever zal de geschiedenis in gaan als de meest verkochte wagen ooit. Het is hoogstwaarschijnlijk dat dit zo ook blijft.
Het valt me op dat de muziek in de laatste zaal van het museum plots helemaal anders klinkt.
De vreugde om de kik van het zich snel kunnen voortbewegen, lijkt verdwenen.


Reacties